» ga terug naar de website
De Revisor
Van Miereveldstraat 1
1071 DW Amsterdam

info@revisor.nl literairetijdschriften.org

Dienstmededeling: redactieportret

Afgelopen week werd de redactie opnieuw gefotografeerd. Een nieuw huis, een nieuwe start, een nieuwe foto. Koos Breukel zette ons, 'cowboys', zoals hij ze noemde, tegen stemmig zwart neer. De komende maanden en jaren moet u het daarmee doen.

De discussie over het ontbreken van vrouwen en minderheden kan hieronder gevoerd worden; op Facebook (liket u ons al?) woedt hij al.

Oranje wint de AKO; niet?

De koffielezer

‘Wat is dat toch telkens een bende ellende met die koffie van u, monsieur Qu’bah. U zou uzelf eens bezig moeten zien.’
‘Kunt u zien hoe ik koffie zet?’
‘Wat dacht u?’
‘Ik dacht: u zit in Tunesië, ik in Gent, dus is het niet mogelijk dat u ziet hoe ik met mijn koffie knoei.’
‘Ja, en toch heb ik het gezien, anders had ik er u niet op kunnen wijzen.’
‘Heeft u het in uw koffie gelezen?’
‘Wat dacht u.’
‘Ik dacht: ze heeft het in haar koffie gelezen.’
‘Ik zeg u één ding, monsieur Qu’bah, als u niet zou knoeien, zou u ook veel beter kunnen lezen.’
‘U heeft een punt. Maar ik ben nog aan het leren lezen, u heeft meer ervaring.’
‘U heeft ook een punt.’
‘Dank u.’
‘Dat is dan een dubbele punt, monsieur Qu’bah, en u weet wat er na een dubbele punt komt.’
‘Een citaat.’
‘Geen citaten, monsieur Qu’bah, vertel me gewoon wat u weet. Wat volgt na een dubbele punt?’
‘Een opsomming, een verklaring?’
‘Inderdaad! Ik jammerde in Tunis dubbele punt: “Hoe kon het toch zo uit de hand lopen met die koffie van Qu’bah.”’

(meer)

Soldaten baren

Een slagveld. Oorlogsmetaforen liggen blijkbaar voor de hand als een bevalling in de literatuur beschreven moet worden, maar de bevalling van een soldate? Die had ik nog niet. Het verhaal ‘In de stad Berditsjev’ (1934), waarmee Vasili Grossman bekend werd en geprezen door onder anderen Maxim Gorki en Isaak Babel, gaat over een vrouwelijke cavalerist die met zwangerschapsverlof moet. Een groot deel van het verhaal staat op Athenaeum.nl.

Het begint met: 'Het was vreemd het donkere, verweerde gezicht van Vavilova te zien blozen.' Was dat vreemd? Ja, eigenlijk wel. Geweldige, suggestieve opening, met een tegenstelling tussen mannelijkheid en vrouwelijkheid die Grossman in het verhaal verder uitwerkt. Verderop, nog voor de bevalling, wordt Vavilova gevraagd: ‘Denkt u dat het simpel is, kinderen baren, zoals oorlog voeren? Pief, paf en klaar? Nee, het spijt me, zo simpel is het niet.’ Meer daarover, de bevallingsverontwaardiging in Beitske Bouwmans Noem het liefde (2010) en de geologische en astronomische beelden van Valeria Luiselli in De gewichtlozen (2014, Los ingrávidos, 2012). Meer over beelden.

(meer)

In memoriam Gerrit Kouwenaar

Vandaag bereikte ons het nieuws dat Gerrit Kouwenaar op 91e jarige leeftijd is overleden. Kouwenaar publiceerde tot tweemaal toe in De Revisor, in 1977 de twee gedichten 'Doe die deur open' (zie onderaan deze pagina) en 'De dood was eigenlijk nooit hier'. In 1993 publiceerde hij vier gedichten voor uit de reeks 'Kijk, het heeft gewaaid' waaronder het onderstaande gedicht.
De redactie treurt om het overlijden van een groot dichter.

(meer)

Aan het werk!

The Too Much Living Poets Society

Manuscript ingeleverd, wat een prettige lichtheid oplevert. Je kan altijd meer gedichten willen schrijven, je voornemen meer te schrijven, er niet zo moeilijk over te doen. En toch is de smalle trechter waar je in terecht komt als je een bundel samenstelt nodig, om de laatste aanzetten alsnog uit te werken en op de juiste plek te krijgen. En er vallen gedichten af, als overgebleven kruimels komen ze in een nieuw bakje. Iets over een taxichauffeur die in zijn zilveren Mercedes met een enorme kappersschaar in de achteruitkijkspiegel zijn peper en zout baard zit te knippen. Die taxi stond half op de stoep bij de Transvaalkade, waar altijd maanden te vroeg een oliebollenkraam komt te staan, op de grens van Amsterdam Oost en Watergraafsmeer. Iets over het harde plastic van compostzakken die pal onder de oppervlakte van het diepgroene water van een sloot in het Flevopark drijven, waarvan de punt boven het water uitsteekt. Amsterdamse notities, te weinig samengeklonken om een zelfstandig gedicht te worden. Iets ook over een peddelslag in een tunnelschacht. Eigenlijk zou een dichter alleen van restmateriaal mogen houden, voltooide gedichten zijn met de noorderzon vertrokken.

(meer)

Baby 1 (IX)

feuilleton

En dan, opeens, verandert alles.
Ik ben het huis in gerend, op zoek naar Baby 12. Hij zit op zijn bed niks te doen, zijn ogen zo dood als dat van een dood varken. Ik zeg dat hij moet komen. Hij ziet me wel, maar het is net of hij door me heen kijkt.
Ik heb al een hele tijd niet meer met hem gepraat, maar er is niemand die het meer verdient te zien wat ik gezien heb. ‘Toe nou. Snel. Voor de overzieners het doorhebben.’
Hij kijkt naar het been dat er niet is. ‘Ik ben niet snel.’
‘Ik til je. Ik meen het. Er is iets in de lucht.’

(meer)

Baby 1 (VIII)

feuilleton

Baby 12 is terug. We hadden gewerkt in de tuin, en nu we weer in het huis zijn om ons te wassen, zie ik hem zitten op zijn bed. Hij kijkt maar wat voor zich uit. De andere baby’s zien hem ook – ze lopen om, op weg naar de badkamer. Ik wil wel stoppen, maar ik durf niet goed. Ik zie dat hij zijn linkerbeen kwijt is.
In de badkamer fluisterpraat iedereen er over.
‘Zijn been is afgezaagd,’ zegt de een.
‘Hoe moet hij dan nog meedoen bij het hardlopen?’ vraagt de ander.
‘Hij vond zichzelf toch zo bijzonder? Nu is hij echt bijzonder. Net goed.’
Het meisje dat dat zegt, wil ik slaan. Maar ik doe het niet.

(meer)