20 Januari 2017

Vandaag meldde Uitgeverij Querido dat Robert Anker op zeventigjarige leeftijd overleden is. Anker debuteerde in 1979 met de bundel Waar ik nog ben, maar zijn eerste publicatie was in 1977 in De Revisor. In de jaren daarna droeg hij regelmatig bij. Vanaf medio jaren tachtig werd Tirade zijn vaste podium, en daar werd hij ook redacteur. We gedenken een origineel, geëngageerd en goed schrijver, en herlezen - bijvoorbeeld op de DBNL, waar al zijn tijdschriftbijdragen te vinden zijn.

Abonneer je op de Revisor

Een boek als welkomstgeschenk, 4 nummers en 1 login

Koop de Revisor los!

Bestel direct het nieuwste nummer

20 Januari 2017

Ivo Victoria, Nanne Tepper, Niña Weijers, Elio Vittorini, Annelies Verbeke: de redactie las warm en gepassioneerd proza, geestige en dreigende korte verhalen, ernstige brieven en permanente focalisatiewisselingen.

*

Daan Stoffelsen: Annelies Verbeke, Halleluja

Deze week tip ik het boek in de maandelijkse Boekenbrief van De Gids, De Groene Amsterdammer en Athenaeum Boekhandel, en volgende week wijd ik er een recensie voor Athenaeum.nl aan, maar er is meer over Annelies Verbekes nieuwe verhalenbundel Halleluja te zeggen. Ik wil in die bespreking ingaan op de verschillen tussen de besprekingen van het boek - overwegend lovend, behalve NRC, Tzum was de rel op het spoor - maar hier wil ik mijn favoriete personage, de auteur, uitlichten. Die duikt op in Dertig dagen, dat de Opzij Literatuurprijs en de Bordewijkprijs won, onder andere in deze scène, maar later wordt het nog wat ongemakkelijker - én in 'Vojtech, Miloslava en Jano', dat in Revisor 12 stond.

Nu weet Verbeke raad met huilbaby's met een voorspellende gave, cellistes als leeuwenvoer, dwalende immigranten, maar vooral ook met schrijvers in een verwarrende wereld.

Lees onze nieuwsbrief

Het is gratis, en maandelijks

Schrijf mee aan de Revisor

Stuur je proza, poëzie of essayistiek in

13 Januari 2017

Cormac McCarthy, P.F. Thomése, Colson Whitehead: de redactie las een verhaal met de juiste toon, een nieuwjaarsgeschenk van een groot stilist, en vertaalde de tweede roman van een literaire held.

*

Thomas Heerma van Voss: Colson Whitehead, De ondergrondse spoorweg

Terwijl ik voor De Groene Amsterdammer een bijzonder bewonderend stuk over Colson Whiteheads roman De ondergrondse spoorweg schreef, las ik een blog van mijn collega-redacteur Jan van Mersbergen over diezelfde roman: hij had het over 'door de hype heen prikken', en schreef onder meer:

'Met woordcombinaties als “degenen die aan haar waren vastgeketend” en “vierden de bewakers hun lusten niet onmiddellijk op haar bot” en “beide keren wisten de matrozen haar plannen te dwarsbomen” en “lagen van hun have” en “de deerniswekkende aanblik die ze bood” wordt het vertellen er niet soepeler op. Mijn criterium is heel eenvoudig: als iemand zo tegen mij praat, pagina”s lang, dan haak ik af. Je kunt het literair vinden, ik vind het erg vermoeiend. Het is alsof Sjakie van Flodder mij een verhaal over slaven in Amerika vertelt, maar dan zonder de ironie die bij het mooie en goed uitgedachte personage van Sjakie hoort.'

Wanneer iemand kritiek uit op een roman dat ik sterk vind, denk ik weleens: die heeft een totaal ander boek gelezen dan ik, die snapt er niets van.

10 Januari 2017

Hoe de wolven dansen

500 à 1000

Er lopen wolven door mijn huis. Ik hoor de deur piepen, de trap kraken. Ik hoor hun poten op de vloer tikken. Beeld ik me dingen in? Nee. Er is heel wat nodig op me op de kast te krijgen. Is er een kans dat er daadwerkelijk wolven door mijn huis lopen?  Ja. Die kans is groot.

Al dagen dwalen er wolven door de wijk. Niet twee of drie. Een roedel. In de krant staat een foto van een wolf die voor mijn huis een driewieler besnuffelt. Twee straten verderop heeft een wolf een oude man in zijn kuit gebeten. Mijn katten zijn al dagen niet meer thuisgekomen. De wijk is bang. Zodra het begint te schemeren, lopen buurtbewoners met zaklampen over straat. Een paar keer per nacht dringt zo’n lichtbundel mijn kamer binnen.

06 Januari 2017

Sebastian Barry, Daniel Kehlmann, John Berger: de redactie las de Costa Book Award-winnaar, essays van de overleden schrijver en de novelle van een bekroond schrijver, spanning, inzicht en overdrijvingen.

*

Thomas Heerma van Voss: Daniel Kehlmann, Je had moeten gaan

Een redactrice die ik niet bij naam zal noemen, leende me onlangs 'Je had moeten gaan' uit met de woorden: 'Ik vind er niks aan. Iedereen is er lyrisch over, vijf sterren in de NRC, maar ik vind het flinterdun en nietszeggend. Ik ben benieuwd wat jij vindt. Je leest het in een uurtje uit.' Ik begon te lezen, deels uit plichtsgevoel, maar vooral omdat ik al jarenlang iets van Kehlmann wilde lezen (Fstaat nog steeds op mijn verlanglijstje, om een of andere reden komt het er maar niet van). En de redactrice had gelijk, Je had moeten gaan is een roman (of novelle?) die je in een uurtje uit kunt lezen: de taal is toegankelijk, de hoofdstukken zijn prettig kort, en het verhaal heeft met zijn 96 pagina's meer weg van een sfeerschets dan van een volwaardige geschiedenis.

02 Januari 2017

2016 was het jaar waarin ik erachter kwam dat pissebedden geen longen hebben maar kieuwen, dat er raadsels bestaan die opgelost kunnen worden en dat je nog zo goed jezelf vorm kunt geven, maar er altijd wel een moment komt dat de dag geen maatpak blijkt te zijn en hij je niet past, want wat je straalt, dat draag je. Ik zit in de trein en denk terug aan het afgelopen jaar waarin ik onder andere nieuwe verhalen en gedichten schreef voor tijdschriften, door de Volkskrant uitgeroepen werd tot literair talent van het jaar, de C.Buddingh’-prijs won met Kalfsvlies, de Saint Amour-tour mocht meemaken en een groot deel van mijn debuutroman afschreef. Kortstondig geluk dat ik alleen op de momenten zelf ervoer, of als een presentator het nog eens benoemde als hij mijn optreden aankondigde. Maar zoals de pissebed continu transpireert om vochtig te blijven en niet dood te gaan, zo werkt het met geluk: we moeten het zelf maken. Zodra ik mijn pak uitdeed of mijn opkomst weg was geapplaudisseerd, was ik het weer vergeten.

31 December 2016

'The Gospel According to Garciá' werd 2 november 2015 in The New Yorker gepubliceerd. Het is het verhaal van een klas ('wij', twaalf leerlingen) die een vervanger krijgt. De vorige docent is verdwenen - de politieke achtergrond is roerig. De vertellers zwijgen bij de entree van de nieuweling, en denken terug aan de lessen van hun oude docent. Een ode aan een leraar, en een illustratie van hoe zelfs zwijgen verzet kan zijn - als we standvastig zijn.

Toon Theuwis vertaalde het voor ons, onder begeleiding van Nicolette Hoekmeijer, met steun van het Nederlands Letterenfonds, en wij publiceren het vandaag en in het eerste nummer van 2017.
De redactie wenst u een goed nieuw jaar, met nieuwe literatuur en een kritische blik.

*

We zagen hem binnenkomen, zagen hem aarzelen op de drempel van het klaslokaal en even wachten, zijn eerste blunder, wat ons genoeg tijd gaf om hem in te schatten, wat hem net te weinig tijd gaf om hoogte te krijgen van wie wij waren, te bedenken met welke strategie hij ons op zijn hand kon krijgen. 
Hij kuchte, alsof hij zo zijn zware ademhaling kon maskeren, een zucht bijna, en vervolgens stapte hij met geveinsde vastberadenheid binnen en ging achter zijn tafel zitten. 
Hij ging zitten waar García altijd had gezeten, zomaar, alsof hij daar recht op had. 
Hij glimlachte naar ons, nog een blunder, en toen: ‘Misschien moeten we onszelf maar eens voorstellen,’ zei hij. Onszelf? Verwees hij naar zichzelf? Was hij zo verwaand dat hij naar zichzelf verwees in het meervoud? Of doelde hij ook op ons? Was het een uitnodiging naar ons twaalven, die symmetrisch tegenover hem zaten? 
Wij zwegen.

30 December 2016

James Jones, Valeria Luiselli. De redactie las deze week een oorlogsroman en urgente columns, en schrijft over perspectief dat als een camera wordt doorgegeven en hoe activisme en schrijverschap samen kunnen gaan.

*

Jan van Mersbergen: James Jones, The Thin Red Line

Zeker tot en met Kerst en de dagen daarna waarschijnlijk ook nog dompel ik mezelf onder in The Thin Red Line, een omvangrijk oorlogsboek uit 1962 van James Jones. In het Nederlands verscheen het bij Karakter, in een ongecensureerde uitvoering, waar de vertaler — ik heb echt goed gezocht — niet in vermeld staat, en waarvoor een vertaling van de titel niet noodzakelijk leek. Beetje slordig heruitgegeven, dit boek. Soms staat er een inspring te veel bij een dialoog en een enkele keer worden de o’s in een woord geschreven als 00, zoals op blz 37: ‘Vind je 00k niet, Whyte?’
Over die kleinigheidjes lees ik wel heen. The Tin Red Line is groots, gedetailleerd, goed verteld, meeslepend.

27 December 2016

Volle bak

Boekhandel van de Maand

De positie van boekhandelaren is de laatste tien jaar erg veranderd. Boekhandelaren zijn steeds belangrijker in het boekenvak: ze geven quotes achterop boeken, ze verschijnen op feestjes, ze kopen boeken in die getipt zijn door de collega’s van het boekenpanel van DWDD. Boekhandelaren spreken zich uit over boeken, Jan van Mersbergen spreekt zich uit over boekhandels in de rubriek Boekhandel van de maand. Iedere laatste dinsdag van de maand.

Vandaag de elfde aflevering: Post Scriptum in Schiedam.

23 December 2016

Deze Kerst zoekt Jan van Mersbergen naar het onsentimentele van het sentimentele lied. De redactie leest liedteksten, Kees 't Hart en Manon Uphoff vertellen over hun ambachtelijke liedschrijverij met De Jeugd van Tegenwoordig en Maarten van Roozendaal (archief), en wij zingen André Hazes.

*

In de afsluitende alinea van de recensie over mijn vorige roman in De Groene Amsterdammer, februari 2014, schreef Marja Pruis dat ik met mijn schrijven laveer tussen gewoonheid en drama. Melodrama zelfs.

‘Dat laatste aspect wordt door de schrijver onderstreept door steeds een zinsnede uit een hoofdstuk uit te vergroten tot hoofdstuktitel. Zet je die titels onder elkaar...

Ik wist wel dat je zou komen
Als je overal voor wegloopt ben je vrij
En nu hoor ik erbij
Ik mis hem, de schat

dan heb je bijna een lied van André Hazes. Wat ook weer geheel in stijl is. De personages die De laatste ontsnapping bevolken, barsten in snikken uit als in hun stamkroeg 'De vlieger' wordt gedraaid.’

23 December 2016

David Bowie, Huub van der Lubbe: de redactie las liedteksten bij gelegenheid van het verschijnen van Jan van Mersbergens essay 'En als zij dan leest hoeveel ik van haar hou'. Over grote woorden, verrassende beelden en vooruitziende blikken.

*

Thomas Heerma van Voss: David Bowie, 'I Can't Give Everything Away'

Er zijn momenten waarop ik me een stuk liever bezighoud met muziek dan met literatuur. Bijvoorbeeld bij het maken van eindejaarlijstjes: ik kan best tot een boeken top 10 uit 2016 komen, maar ik heb altijd het idee dat dat een tikje willekeurig is, want ik lees vooral boeken die al eerder zijn verschenen (zie nagenoeg alle edities van deze rubriek) en sla zelfs van de nieuwe boeken die ik wil lezen een groot deel uiteindelijk over, gewoon omdat ik er geen tijd voor heb of in elk geval - Emma Cline's The Girls ligt nog steeds op mijn nachtkastje, ECI-prijswinnaar Michael Driessen moet ik zelfs nog steeds aanschaffen. Hoe anders is dat bij muziek: ik heb het gevoel dat ik de belangrijkste albums van 2016 allemaal beluisterd heb, dat ik dat landschap overzie - een aangenaam gevoel. En in dat landschap was er een onmiskenbare uitblinker, een verkapt monument voor de dood dat tegelijkertijd een prachtige levenslust toont: David Bowie's Blackstar.

23 December 2016

Deze Kerst hernemen we rond Jan van Mersbergens essay over het Nederlandse lied twee stukken uit Revisor 2006-5, De avond van het liefdeslied. Alle 13 goed! Manon Uphoff zou met Maarten van Roozendaal een nummer maken. Dit is haar verslag van het maakproces - en eronder het 'Rattenlied' zelf.

*

Het is een bloedhete dag, die van de kennismaking. We zitten onder de nauwelijks werkende ventilatoren van het restaurant Eerste Klas. Na de foto's volgt meteen een brainstorm.
‘Wat gaan we doen, Uphoff?’
‘We gaan een lied maken, Maarten... en het mag geen ballade zijn,’ zeg ik benauwd, want ik heb vooral suggesties en ideeën voor ballades, ‘ze zijn zo bang, bij de NPS, dat het dan een heel zoete avond wordt.’

23 December 2016

Deze Kerst hernemen we rond Jan van Mersbergens essay over het Nederlandse lied twee stukken uit Revisor 2006-5, De avond van het liefdeslied. Alle 13 goed! Kees 't Hart zou met De Jeugd van Tegenwoordig een lied maken. Dit is zijn verslag van het maakproces - en eronder 'Klaagmuur'.

*

Op een avond belt Allard hoe ik het zou vinden om met De Jeugd van Tegenwoordig samen te werken voor het grote muziek/poëzieproject. Eerst begrijp ik niet wat hij bedoelt, De Jeugd van Tegenwoordig, wie zijn dat? Maar het wordt direct duidelijk wanneer hij het over ‘Watskeburt’ heeft, dat bizarre nummer is dus van De Jeugd van Tegenwoordig. Ik heb het een maand of zes geleden gedownload, las erover, waar weet ik niet meer. Onnavolgbare tekst, geen touw aan vast te knopen, maar er is iets mee, dat hoor ik ook wel. Er dwingt hier iets, wat weet ik niet. Ik zeg ja, hier voel ik veel voor, waarom weet ik niet. Dezelfde avond bezoek ik hun website, die bestaat uit een vreetmuur waarin je zogenaamd geld moet gooien. Ik zoek op internet de tekst op van ‘Watskeburt’, print het uit, staar er lang naar, een groot schoonheidsgevoel overvalt me niet, maar wel alweer een gevoel van door te moeten kijken en voelen.

15 December 2016

Wilhelm Genazio, Bette Adriaanse en Cynan Jones: de redactie las weer overal perspectief in, soepele wendingen, een vreemde, aanwezige verteller en een passende ik.

*

Jan van Mersbergen: Cynan Jones, Inham

De ontdekking van 2016 is voor mij Cynan Jones. Zijn kleine romans roepen veel vragen op over omvang, bladspiegel en waardering voor kleine boeken in de boekhandel... toch las ik zijn onlangs uitgegeven Inham, en werd weer gegrepen door de taal, door het spel met perspectief, en door de intensiteit van dit proza.

Inham heeft dezelfde bezwaren als De burcht. Ik schreef al eerder uitgebreid over het opblazen van De burcht, wat overigens klinkt als een ridderroman. Inham telt precies honderd pagina’s. Daarvan zijn er zeker twintig onbedrukt, en de tachtig overgebleven pagina’s tellen minstens zes of zeven witregels en flinke stukken wit zo maar tussen de blokjes tekst door. Een normale pagina telt dertig regels, die van Jones slechts twintig. Tweederde van de tachtig bladzijden is dus leeg. Maakt in totaal een boekje van 53 pagina’s. Wederom veel lucht, en nog een minimale omvang. Een boekhandelaar in Schiedam zei me dat zo’n dun boekje het nu eenmaal niet goed doet in de winkel. Misschien kan uitgeverij Koppernik alle kleine romans van Jones in één bundel uitgeven – dat zou beter ingekocht, en daardoor wellicht ook beter gelezen worden.

Omhoog