» ga terug naar de website
De Revisor
Van Miereveldstraat 1
1071 DW Amsterdam

info@revisor.nl literairetijdschriften.org

De neplach

Het objectieve subject

Zoals het saharazand op ons subtropisch eiland overal in kwam te zitten, zo kwam ik tijdens mijn manische leeswerken opeens ook dezelfde dingen tegen. Vaders, ja, maar ook iets waar ik nooit over nagedacht had: de neplach. Ik kwam hem heel nadrukkelijk tegen in de vaderroman van Emma Curvers, in de verslavingskliniekroman van Hanna Bervoets, en in de in februari te verschijnen vadernovelle van Bert Natter. Ik dacht: waarom het onderscheid tussen een echte en een gemaakte lach benadrukken? Heeft dat met die zoektocht naar authenticiteit te maken, waarvan ik meen dat de jongste generatie schrijvers zich mee bezighoudt? Of is het manier om relaties onderling te definiëren - functioneel, terwijl je dacht: intiem? En zegt de beschrijving iets over de stijl van de schrijver?

(meer)

Revisor 8 ligt in de winkels

Revisor 2014

Revisor 8 is verschenen, en ligt in de boekhandel - bijvoorbeeld bij Van der Velde in Leeuwarden, Waanders in Zwolle, Scheltema of Athenaeum (met voorproefje van Marente de Moors verhaal) te Amsterdam. Of in Limerick in Gent, of De Reyghere in Brugge. Hij is te koop bij uitgeverij De Bezige Bij, elke boekhandel kan hem bestellen, vraag ernaar, en de webwinkels natuurlijk ook. Het isbn is 9789023491972, de prijs € 16,50, voor 22.00 besteld is meestal morgen thuis. 

En lees ons Redactioneel. Het eerste sinds jaren, een soort beginselverklaring bij een nieuw begin. 

Redactioneel

Er waren eens een jongen en een meisje. Bij hun eerste afspraakje zeiden ze elkaar dat ze niets konden beloven. Geen beginselverklaringen. Want er valt weinig te voorspellen, we zeiden het veertig jaar geleden al. Maar na zo’n tijd weet je zeker dat beloftes er niets toe doen. Het gaat om daden. Woorden. Papier.

We zijn na al die jaren niets veranderd, we zijn de Revisor. Vijf schrijvende lezers, nu bij een ander huis, maar met dezelfde ambities, zelfs met dezelfde eindredacteur. Toef Jaeger schreef in nrc.next: het ontbreken van een beginselverklaring lijkt wel een statement. ‘Ze zijn wat ze willen zijn: nieuwe literatuur.’ Dat zijn we, dat blijven we.

(meer)

Anunnaki

U zou graag James Bond willen zijn in dit verhaal, maar u speelt een bijrol. U bent een zorgwekkend pafferige Italiaanse jongen die Aurelio heet. U bent geobsedeerd door een meisje waarmee u in Dottore Bianchi’s basiscursus archeologie zit. Drie weken lang heeft u haar bespied. Meerdere gedichten heeft u aan haar gewijd, waarin u haar schuchtere schoonheid bezingt, haar bebrilde bellezza, haar Peruviaanse puntmuts, haar Tiroolse toffeekrullen, zelfs haar wonderlijke wijnvlek, die als een magisch memento aan een baldadig bacchanaal haar nek ontsiert. Allemaal te achterlijk allitererend en tevens te tergend tijdrovend. Want u bent te laat. Vogelkop dringt voor. Wie is dat? Waar komt hij plotseling vandaan? Hoe durft hij? Dat zou u wel eens willen weten. Maar uw vragen kunnen hem niks schelen. U moet toezien hoe hij zonder schroom een briefje op de aantekeningen van uw geliefde gooit. Net als u haar tot op één stoel bent genaderd. Net als u haar naam in haar agenda kunt lezen. Net als u wilt overgaan tot Stap III van uw plan van aanpak.

(meer)

Of ik Charlie ben?

 
Ik duik meteen weer op
vanonder de lange tafel.
Er is niemand meer, geen
man met masker buiten mij
is er geen mens in de kamer.
Ik pak een leeg blad papier,
een pen en begin te denken:
dat beeld, die film, de vader
die de kamer binnenkomt en zegt:
we zijn verstandige mensen,
er moet een oplossing te vinden zijn.
Het lijk, de man die zich niet heeft
bedacht, handelde in een reflex
van achterdocht, verongelijktheid.
Hij is jong gebleven, heeft de vrijheid
toegeëigend om alles te verlangen
en te nemen wat hij verlangt net als ik
komt hij onder de tafel vandaan
staart door zijn uitgestanste ogen
naar de ravage die is aangericht.
Weet je wie dit begonnen is ? vraagt hij
Ik kijk hem niet begrijpend aan. 
Charlie, zegt hij, je weet toch.
Ik wil opstaan, zeggen: Charlie dat ben ik.
Je bent bang, zegt hij, ik zie het,
wat een geluk dat je verstandig bent.