» ga terug naar de website
Stichting De Revisor
Van Miereveldstraat 1
1071 DW Amsterdam

info@revisor.nl literairetijdschriften.org

Dit is geen dagboek IV

Mijn tante heeft nog negen kinderen, maar het zijn niet haar eigen kinderen. We zijn haar kleinkinderen en we noemen haar dan ook tante. Soms vergist iemand zich en noemt haar per ongeluk moeder, en dan moet je bij haar komen, pakt ze de frituurtang uit zijn doosje en klemt je neus tussen de zilveren poten. Nooit hard genoeg, en toch gillen we voor het effect even kort en hoog. Dat stelt haar ook gerust in haar opvoedkundige benadering: streng maar rechtvaardig. Haar eigen zonen en dochters ziet ze één keer in het jaar op de zomerbarbecue in de achtertuin tussen de koolzaadplanten waar we ons beleefd om een statafel vormen, als bijen rond een glaasje cola. Ieder kind heeft zijn eigen statafel. Er prijkt een kartonnetje op met je naam zodat je ouders weten dat ze daarheen moeten, niet aan het verkeerde kind vragen hoe het leven staat, dat zou beschamend zijn. De laatste keer dat ik mijn ouders zag, hadden ze een hondje gekocht. Arm beest.
‘Missen je,’ zei mijn vader.
‘Ja,’ zei mijn moeder, ‘kom je snel terug?’
‘Als de hond groen ziet, ben ik er weer.’
Stralend keken ze elkaar aan en herhaalden met dubbele tongen: ‘Als de hond groen ziet komt ze weer, als de hond...’

(meer)

Baby 1 (II)

Feuilleton

Soms heb ik het gevoel dat Baby 2 iets van plan is. Hij heeft zijn eigen groepje, en allemaal hebben ze een gemene blik in hun ogen. Baby 7 is er altijd bij – dat is dat meisje met krullen. En Baby 8, die hele grote. Baby 8 doet de geiten pijn als we moeten melken, en soms trapt hij een kip. Ze praten en dan kijken ze even mijn kant op. Daarna praten ze nog wat meer. Als ik Baby 2 zie, loop ik liever een stukje om. Maar niet door het bos. Daar voel ik me niet oké. Ik denk dat het belangrijk is dat je altijd de zee blijft zien.

(meer)

Zelfportret met eksters

De koffielezer

Als je goed kijkt, en dat kun je maar beter doen, zie je een zelfportret in de koffie. Een zelfportret, al dan niet in de koffie, kan verschillende dingen betekenen: geluk, reflectie of ‘nee ik ben geen reproductie maar een zelfportret’. Het zelfportret kennen we vooral van de schilderkunst, van Michelangelo, Rembrandt van Rijn, Diégo Velázquez via Vincent van Gogh, Egon Schiele, Fridha Kahlo tot Francis Bacon en Gilbert & George. Allemaal hebben ze zichzelf afgebeeld op doek, allemaal hebben ze zichzelf de vraag gesteld: ‘Wie ben ik?’ De een heeft zichzelf plechtig voorgesteld, misschien uit dankbaarheid voor een mecenas, de ander als grap in een groot gezelschap in een spiegel bijvoorbeeld, nog een ander vervormd: een psychologische momentopname. Veel fotografen hebben zichzelf gefotografeerd; iedereen fotografeert zichzelf vandaag. Ook iedere koffiedrinker fotografeert zichzelf dagelijks in zijn kopje koffie; met of zonder melk, bewust of niet, elke dag wordt een deel van onszelf in de koffie gereflecteerd en drinken we onszelf als het ware op. Iedere ochtend, zou je kunnen stellen, verdwijnen we een stuk in onszelf, en vloeien we in een donker koffiemeer waarin onze herinneringen liggen opgeslagen. Alles is reflectie, daar herinneren de maan en de rivier ons aan, en de ekster die stukjes glas naar zijn nest meeneemt. Waarom een ekster dat doet? Omdat hij van blinkende voorwerpen houdt? Of omdat hij zichzelf kan zien in een klein stukje glas? Omdat hij zich afvraagt: ‘Wie is die vreemde vogel?’ Als apen en olifanten zichzelf in een spiegel herkennen, waarom eksters dan niet?

(meer)

Dit is geen dagboek III

De straten zijn hier net mikadostokjes, steeds wanneer ik ze even aangeraakt heb, lijken ze zich te verschuiven waardoor ik ze de keer daarop niet terug kan vinden, mijn kans verspeeld is. In Parijs kun je verdwalen zonder echt de weg kwijt te raken. Zo veel verloren mensen op één plek en niemand die je om zijn moeder hoort roepen als een lammetje in een kudde dat het wol niet meer van elkaar kan onderscheiden, bij iedere vreemde een glas melk krijgt aangeboden. Het schept een band om niet de enige te zijn die zoekt. Na twee keer de weg vragen en zes verkeerde straten, kom ik eindelijk uit bij de kerk Saint-Germain-des-Prés. Op de trappen zit een oudere man met een cavia aan een visdraadje. Prachtig beeld. Ze gebruiken hier alles om het medelijden van de toerist te weken. Zoals mijn tante dat vaak probeert door de hele dag ovenwanten te dragen.

(meer)

Baby 1 (I)

Feuilleton

Mijn naam is Baby 1. Ik ben geen baby, maar wel geweest. Nu ben ik dertien. Wat dat precies betekent weet ik niet – de overzieners zeggen het. Het heeft iets met tijd te maken, geloof ik. Ze zeggen dat het eiland rond de zon draait, waardoor er kleine verschillen zijn in de planten en het weer. Ik ben Baby 1 omdat ik de eerste baby was op het eiland. Baby 2 was de tweede – hij mag me niet. Baby 3 mag me wel, en ik mag Baby 3, al hou ik er niet van dat hij zo’n slijmerd is en altijd zo hard lacht. Heel veel baby’s ken ik niet of nauwelijks, omdat ze bang voor me zijn, of te klein om echt mee te kunnen praten.
Ik ben de oudste, en de jongste, Baby 36, is zeven. Er komen geen baby’s meer bij. Het enige wat verandert, is dat er soms een overziener verdwijnt en soms een overziener bijkomt. Waar de overzieners heen gaan en vandaan komen weet niemand. Nou ja, de overzieners zelf misschien. Als je ernaar vraagt, geven ze liever geen antwoord, of ze zeggen iets over een andere wereld, die is als de wereld van dromen. Ze zeggen dat er nergens op deze wereld mensen zijn, alleen maar op het eiland. Afgezien van het eiland is alles zee.

(meer)

Over zoomen

Het objectieve subject

Ik heb telkens vier weken om te bedenken waar ik vandaag over schrijf. Over het oude en het nieuwe? Over de groei van de tomatenplant? Over de liefde? Over aantallen en cijfers? Over nieuws en waardigheid? Over de bakfiets? Over vakantie? Het werd een basale fotografiemetafoor. Inzoomen, zoals Peter Terrin deed in zijn nieuwe roman Monte Carlo, inzoomen, zoals de recensenten deden bij zijn boek. Zoals Arjan Peters deed bij Niña Weijers' romandebuut De consequenties. Uitzoomen, zoals Thomas de Veen deed bij dat boek. Uitzoomen, zoals Peter Terrin deed. Het werd een kritiekkritiek, aangevuld met gedachten over een debuut en een achtste boek, een opmerking over perspectief een reactie op een triomfantelijke lulligheid, speculatie over humor, en de vondst van een zin. Want met zinnen begint het.

(meer)

Dit is geen dagboek II

In de metro denk ik aan mijn eerste mobieltje met het spelletje Snake. Steeds sneller bewoog de slang, die langer en langer werd, over het beeldscherm, maar zodra je de zijkanten raakte, was je af. Dood. Dat verwacht ik nu ieder moment in de metro die bulderende geluiden maakt, zich in bochten wringt die niet te voorzien zijn. Tl-buizen flikkeren, tassen schuiven onrustig heen en weer op hun plek, kunnen maar niet de juiste zitvorm vinden. Het maakt me bang. Hard kunnen rennen zal nu geen zin hebben. Iemands aftershave legt voor het effect nog even een strop om mijn nek. Ik glimlach geruststellend naar een meneer. Hij glimlacht niet terug, het was ook meer voor mezelf bedoeld.

(meer)

Dit is geen dagboek I

Als haviken zitten ze op de bank, bij iedere aanval of doelpunt van Nederland buigen ze zich naar voren. In de laatste minuten sluipen er een paar uit de kelder van huize Biermans-Lapôtre weg. Maar de vloer plakt, en als bij een jarige die je smeekt om nog even te blijven, vertrekt niemand onopgemerkt. Ik denk niet aan Nederland maar aan Parijs waar ik vanmiddag aankwam met twintig andere kunstenaars in het residentiehuis. Het huis heeft ook zonder ons geheimen, je ziet de muren in de feestzalen oren en monden worden, je nazeggen als je alleen en hardop praat. Ik ben voor het eerst in Parijs en ik zal haar ontvangen zoals mijn tante haar gasten ontvangt in haar beste zetel bij het keukenraam met aan de rand een spotje geklemd om alle kanten van de mens te belichten, om de paar minuten reikt ze met een frituurtangetje een koekje aan met de vraag wat het nu wel of niet taai maakt. Laat de stad maar binnen.

(meer)

Zin

Veel later, toen hij een oude weduwnaar was, op winterse dagen met de zon pal in zijn kamer, en vaak na het eten van de Noord-Afrikaanse casserole die regelmatig op het menu verscheen en waaraan zijn mond tot 's avonds de herinnering overhield aan de pain d'épices uit zijn schooltijd, liet hij in het stille bijzijn van zijn enige kleindochter de tranen over zijn wangen rollen, en werd hem door zijn oogappel niets gevraagd.

Twee gedichten: Wim Brands

Wim Brands (1959) debuteerde met de dichtbundel Inslag, in 1985. Zijn laatste bundel heet Neem me mee, zei de hond die in 2010 verscheen bij Nieuw Amsterdam. Compaan Uitgevers publiceerde in 2012 de keuze De beste gedichten van Wim Brands. Nog meer titels: Koningen, de gehavende (1990), Hoger dan de dakgoot (1993), Zwemmen in de nacht (1995), In de metro (1997), De schoenen van de buurman (1999), Ruimtevaart (2005). In het najaar van 2014 verschijnt een nieuwe dichtbundel, 's Middags zwem ik in de Noordzee. Naast dichter is hij interviewer en presenteert hij onder meer het VPRO-programma Boeken.

Foto: Bas Jan Ader, Broken fall (oganic), 1971

(meer)

Twee gedichten: Marieke Rijneveld

Marieke Rijneveld (1991) is schrijver, muzikant en dichter. Ze studeert poëzie en proza aan de Schrijversvakschool Amsterdam. Werk van haar is gepubliceerd in onder andere de VPRO Gids, Das Magazin, De Revisor en bij Hard//Hoofd, Passionate Platform, Op Ruwe Planken en De Toneelcentrale. Ze won diverse schrijfwedstrijden en de jaarfinale van de poëzieslag in Festina Lente in Amsterdam.  Momenteel werkt Marieke aan haar debuutroman en dichtbundel die bij Uitgeverij Atlas Contact zullen verschijnen. Onlangs is ze door Arie Boomsma in samenwerking met Das Magazin benoemd tot literair talent 2014.

(meer)

Twee gedichten: Saskia Stehouwer

Saskia Stehouwer (Alkmaar, 1975) studeerde Nederlands en Engels aan de Universiteit van Amsterdam. Ze werkte ruim tien jaar als redacteur en projectleider op de Vrije Universiteit. Haar gedicht 'Glimp' haalde de top-20 van de Türing Nationale Gedichtenprijs 2012 en diverse van haar gedichten werden gepubliceerd in tijdschriften en bloemle­zingen. In oktober 2014 verschijnt haar debuutbundel Wachtkamers bij uitgeverij Marmer.

(meer)

Twee gedichten: Jan Baeke

Jan Baeke (Roosendaal, 1956) publiceerde zes dichtbundels, waaronder Groter dan de feiten (2007) en Brommerdagen (2010) en Het tankstation op de route (2013). Hij was werkzaam bij het Filmmuseum, is programmeur van Poetry International en voorzitter van de Vereniging der Letterkundigen. Samen met Alfred Marseille maakt hij ‘Cinepoems’, filmclips gebaseerd op zijn gedichten.

(meer)

Archief: De tombe van Wallace Stevens

'Kies iets van de Tomben van Jan Kuijper,' schreef Piet Meeuse (redactielid van 1982/1 tot 1992/1). Neem ‘De tombe van Wallace Stevens’, schreef Christien Kok (1991/6 tot 1994/1). 'Ik was blij dat Jan Kuijper in de redactie kwam, de totaal ongelovige, en geestig. [...] Jan was op alle fronten aanwezig, ook als wijnschenker. En het is een goede dichter,' voegt Barber van de Pol (1983/4 tot 1989/6) toe.

We volgden de concrete suggestie van Christien Kok en namen Wallace Stevens, uit de negentiende jaargang (1992). Kuijper zat toen zelf in de redactie, hij was redacteur van nummer 1984/3 tot 1994/1, en hij droeg frequent bij aan het tijdschrift. De DBNL getuigt daarvan, met veel tijdschriftbijdragen en zijn gebundelde Tomben.

(meer)

Twee gedichten: Emma Crebolder

Emma Crebolder (1942) is afkomstig uit Zeeuws-Vlaanderen, resulterend in sterke banden met Reinaert de Vos. Ze studeerde Duits in Utrecht, en na een verblijf in Tanzania Afrikaanse talen met als hoofdvak Swahili. Haar bundels staan vermeld op de website www.emmacrebolder.com.Vergeten (2010) en Vallen (2012) vormen de eerste twee delen van een drieluik, waarvan het derde luik in 2014 zal verschijnen. Momenteel woont zij in Maastricht. Dit zijn twee gedichten van haar hand.

(meer)

Twee gedichten: Lammert Voos

Lammert Voos is geboren 1962  te Eenrum, groeide op in Sneek.  Medio jaren tachtig was hij zanger/gitarist/componist en tekstschrijver van de band Umberto di Bosso é Compadres. Schrijft poëzie in Nederlands en Gronings en bracht drie dichtbundels en twee prozabundels uit, waarvan de laatste De terugkeer van het haringorakel genomineerd was voor de Grote Inktslaafliteratuurprijs 2013. Momenteel werkt hij aan een roman. Hij was van augustus 2011 tot augustus 2013 stadsdichter van Deventer.

(meer)

Drie gedichten

Hannah van Wieringen schrijft toneel voor onder andere Toneelgroep Oostpool en debuteerde vorig jaar met de verhalenbundel De kermis van Gravezuid (De Harmonie). Haar poëziedebuut Hier kijken we naar wordt in 2014 verwacht.

(meer)

Zin

Dimphey zat naast me omdat ik zei dat ze daar moest zitten en jij zat tegenover ons en het was laat en je zat te wiegen en ik zag de slangen en ik wist dat ze er niet echt waren godverdomme maar ze waren er, ze waren er en ik zei het en ze begreep me niet en ze verdiende een tik maar ik gaf geen tikken als jij erbij was, en ondertussen zag ik ze in mijn ooghoeken, die slangen die slangen die slangen en je ging maar niet slapen al zei ik het honderd keer honderd keer en jullie schrokken toen ik met mijn hand op tafel sloeg en nu ga je naar bed.

Zin

Ze kon haar tenen en haar knieën zien, minuscule luchtbelletjes aan elke afzonderlijke schaamhaar, een vreemde lichtbreking bij haar buik en onderarmen; alsof het onderlichaam van iemand anders was, niet goed paste.

Zin

en in die stilte hoorde spreker de houtwormen
in de planken waar zijn lessenaar nog op stond

(uit Tussen de gebeurtenissen. De Bezige Bij, 2000.)

Zin

Allebei de schoenen?
een schoen doe je uit
als een vrouw bij je op bezoek komt
en je niet met haar wilt trouwen.

(Uit Eerst dit dan dat (Contact, 2004)

Zin

Er is geloof ik geen verschil tussen Ivens die de wind filmt en Ivens die revoluties filmt.

(Jorens Ivens in gesprek met Jan Kat, De Nieuwe Linie, 14 januari 1976)

Zin

Decemberhitte, hagel in de zomer,
vogel rond de top van 'n stuk ijzerdraad verknoopt,
wat ben ik al niet geweest? Ik sterf tevreden.

(Hölderlin, voor György KurtágJános Pilinskzy, vertaald door Erika Dédinszky (Krater, Kwadraat 1984))

Uitzicht is een afstand die zich omkeert

Achter de abonneemuur: tijdelijk en exclusief

We bieden onze abonnees tijdelijk grote fragmenten uit nieuwe boeken van auteurs die in De Revisor stonden: Laura Broekhuysen, Hans Groenewegen, Jan van Mersbergen, Daan Heerma van Voss, Victor Schiferli, Anton Valens, Bart Koubaa, Sanneke van Hassel en nu Revisordebutante Bernke Klein Zandvoort. We kozen een aantal gedichten uit haar debuutbundel Uitzicht is een afstand die zich omkeert, die bij Uitgeverij Querido te bestellen is. (Daar kunt u ook zien of uw boekhandel het op voorraad heeft.)

Hoe vind je houvast in een wereld waar alles caleidoscopisch beweegt? Waar huishoudelijke voorwerpen, land- en stadschappen, dieren en geluiden hun eigen gang blijven gaan? Door goed te kijken. Dat doet Bernke Klein Zandvoort. Soms dromen haar zinnen zich weg van wat concreet is, maar steeds keren ze weer terug naar straten, pleinen, en alle sporen die mensen daarin hebben achtergelaten. Ze houdt beelden en gedachten in de lucht tot er onvermijdelijk iets valt of ze wat morst.

(meer)

Zin

Doof is de wind en leegte draagt hij mee
(Franco Loi, vertaald door Willem van Toorn en Sabrina Corbellini)