03 Augustus 2015

Fietsen

En de winnaar is VI

Het literaire prijzencircus lijkt op wielrennen: er doen ruim tweehonderd boeken mee, eerst maakt een grote groep zich los uit het peloton, daarna ontstaat er een kopgroep van zes en uiteindelijk wint er eentje. Vaak is ook de winnaar te voorspellen, de sprinter onder de laatste zes, de rapste. De favoriet. Iedere schrijver wil in dat laatste kopgroepje zitten, iedere schrijver wil genieten van wat extra aandacht en een diner met wijn.

Toch is er een belangrijk verschil tussen schrijven en wielrennen: in het wielrennen kennen de renners hun plek.

Abonneer je op de Revisor

4 boeken als welkom, 2 nummers en 1 login

Koop de Revisor los!

bestel direct de halfjaar boeken of oude jaargangen

28 Juli 2015

Het afgelopen jaar diepten we vooral werk van vorige redacties uit het archief op, deze zomer beginnen we ook met hernieuwde aandacht ons eigen redactiewerk te bekijken. Een van de hoogtepunten was Rob Waumans verhaal  'Dooi', uit het eerste nummer van 2013. 'Misschien wel het meest subtiele, meest imposante stukje eigentijdse rouwliteratuur,' schreef de Limburgse recensent Koen Eykhout. Subtiel, imposant, die grote woorden heeft Waumans niet nodig. 'Dooi' is een kaal verhaal, waarin het verlies achteloos langskomt als blikjes Hertog Jan, en het maar niet gaat vriezen.

*

Overal waar ik kijk staan fietsen. In mijn leven zijn er nauwelijks momenten geweest dat ik geen fietsen zag. Alleen de dagen dat ik urenlang in het ziekenhuis naast het bed van Marjan zat, waren fietsloos.

Lees onze nieuwsbrief

Het is gratis, en maandelijks

Schrijf mee aan de Revisor

Stuur je proza, poëzie of essayistiek in

21 Juli 2015

Wie is de vos?

Het objectieve subject

'Het wemelt van de herten hier, soms zie je vossen. Je vindt de afdrukken van wilde zwijnen en vaak als we hier wandelden vroeg ik me af welke beesten zich verderop in de heuvels verscholen. Ik stelde me die dieren altijd voor als vriendelijk, zoals de pratende wezens uit mijn oude kinderboeken.' Wie is de vos? Geen vriendelijk pratend dier als Vos van Haas van Sylvia Vanden Heede, of de listige Reinaert, of, ertussenin, Roald Dahls Fantastic Mr Fox. Nee, Wytske Versteegs verhaal, waaruit ik hier citeer, heet niet voor niets 'Beesten' (Revisor #9 (2015-1)). Maar welke wildernis vertegenwoordigt het dier bij Versteeg dan? En bij Sarah Hall, en bij D.H. Lawrence? Hoe sterk kan een verhaal worden? Moet dat wilde meteen mysterieus zijn, of seksueel? Is wild niet wild genoeg? Drie ontmoetingen.

16 Juli 2015

Het afgelopen jaar diepten we vooral werk van vorige redacties uit het archief op, deze zomer beginnen we ook met hernieuwde aandacht ons eigen redactiewerk te bekijken. Een van de hoogtepunten was Merijn de Boers ‘De remise’, uit het eerste nummer van 2012. Met een schijnbaar feitelijke toon weet hij de romantische neergang van een oud-diplomaat in een Noord-Afrikaanse stad te schetsen. Ouderdom, patronen, en een tram.

*

De dagen volgen al jaren hetzelfde patroon. Als de muezzin nog voor zonsopgang oproept tot het gebed, slaapt hij door. De stem die dagelijks over de daken schalt, hoort bij de geluiden die hem niet meer uit zijn slaap houden: het krijsen van de meeuwen boven zijn open dak, het stukslaan van de golven op de rotsen onder de stadsmuur. Om zeven uur wordt hij wakker. In de medina is het leven dan al in volle gang. Oude mannen slepen karren achter zich aan, waarin ze lege flessen gooien die de avond ervoor door bewoners buiten de deur zijn gezet. Als ze door zijn steegje lopen, werpen ze zijn flessen in een nog lege kar — want ze beginnen hun route bij zijn huis. De luidruchtige tikken, plastic tegen hout, zijn voldoende om hem uit zijn droom te halen.

14 Juli 2015

Skeledžija | Kroatië

Bekende vreemden

Voor Revisor.nl spreekt Richard de Nooy in een nieuwe reeks korte verhalen onbekenden aan. Hij schrijft de verhalen van 'Bekende vreemden'. Bekend, want ze komen ook voor in zijn nieuwe roman (werktitel Vreemdenliefde). Een voorloper was 'Annunaki', verwante verhalen stonden op A Quattro Mani. Na 'Morfine' en 'Rostjni Dan' is dit de derde aflevering.

*

‘Daar heb je Ranko. Te laat. Wat jammer nou.’

Je wordt gewezen op de laatkomer door Jergović, de groenteboer, die altijd even een praatje komt maken op de brug. Geen vervelende man, maar hij houdt wel van leedvermaak, zoals de meeste eilanders, die alles aangrijpen om hun eigen ellende te verlichten. Het is dubbel pret als het leed iemand treft die naar het vasteland is ontsnapt, en driedubbel pret als de ontsnapte daar ook nog succes heeft behaald. En dat heeft Ranko zeker. Hij staat naast zijn zilveren Porsche te balen, dat zie je aan zijn hele houding. De andere eilandbewoners op de brug zien het ook en krijsen als meeuwen bij een gestrande haai.

08 Juli 2015

Ann Decan heeft de zalmhaasjes, ze heeft de truffelolie voor het voorgerecht en de Gramona voor bij het dessert. Voor Christophe heeft ze het volgende deel in zijn Pleiade-reeks, Jeanne krijgt het roségouden kettinkje; voor Edith wordt gelukkig iets bezorgd. Dan mist ze nog enkel haar schoonzoon. Het is koud, ze moet plassen en ze voelt dat de hak van haar pump de verkeerde kant op begint te prikken. Zelfs op het effen plaveisel van de Dansaertstraat is elke stap een dreun van onder. Hij krijgt gewoon een sjaal, besluit ze, en duwt de zware glazen deur van een herenboetiek open. De zwartgelakte paspop in de etalage gaat schuil onder een immens boeket van dieprode bloemen en hulst, piramidevormig geschikt. Het is spijtig dat de oude hoedenzaak is opgedoekt, maar hier lijkt men haar kundig. De verkoopster heeft ook een fatsoenlijke leeftijd.

05 Juli 2015

Pam Emmerik (1964-2015) is overleden. Dat meldt Anne Vegter op Facebook. Emmerik was beeldend kunstenaar en schrijfster. 'Ik heb altijd een zwak gehad voor het werk van Pam Emmerik (ook een goed beeldend kunstenaar). Ik kan me herinneren dat de redactie ingenomen was met haar bijdrage voor De Revisor. Het was "De wereld als ziekenhuis" (nummer 1, 2009),' schreef Allard Schröder vorig jaar nog ons op onze vraag naar het beste uit de afgelopen veertig jaar De Revisor. Dat verhaal hernamen wij.

02 Juli 2015

Dat het in je hoofd pikdonker is valt ’s nachts pas op. Je laveert als vleermuis door het huis; wordt er een kruk verschoven, stoot je je, vloek je, of je hoort dat je vader zich stoot en vloekt. Of was je het nou toch zelf? 
Je voelt een glas langs je knokkels glijden, je hoort het kantelen en breken. Het heeft geen zin een hand uit te steken naar iets dat zojuist versplinterde, toch doe je het. 
‘Mijn vader griste elk glas vlak na de laatste slok van mijn lip om af te wassen.’ Het is niet gelogen, toch had je het niet moeten zeggen. Of had je het juist wel moeten zeggen en zei je het niet?

30 Juni 2015

Soep

En de winnaar is... V

Twee jaar geleden werd me gevraagd of ik plaats wilde nemen in de jury van de Woutertje Pieterseprijs. Ik kende de prijs. Ik was vereerd, maar ook huiverig. Het is een gerenomeerde prijs voor kinder- en jeugdliteratuur. Wat weet ik daarvan?

Ik schrijf. Ik schrijf literaire romans en let niet op leeftijd, op doelgroep. Speciaal voor kinderen schrijven, dat kan natuurlijk wel, maar het is ook beperkend. Ik heb wel wat jeugdboeken thuis, voor mijn kinderen, maar mijn kinderen voorlezen doe ik niet. Beter gezegd: ik ben ermee opgehouden. Ooit probeerde ik mijn zoon een spannend boek voor te lezen, ik zal de naam van de schrijver niet noemen, het ging over monsters. Ik deed echt mijn best maar na een halve bladzijde zei mijn zoon: Jij vind er niks aan hè?

Hij voelde het aan mijn stem, aan de toon. Ik las de woorden van de kinderboekenschrijver, de gemaakt-spannende zinnetjes vol uitroeptekens, die je net zo gemaakt moet voorlezen, acteren bijna. Dan wordt het nog wel wat. Maar ik stoorde me vreselijk aan de expliciete zinnen, aan het kinderachtige toontje, aan het hele boekje, en mijn zoon merkte dat vrijwel direct.

25 Juni 2015

De molen draait, de bunker staat

Co Woudsma. Hoogste zomer (De Bezige Bij, 2015)

Voorin Hoogste zomer, de derde dichtbundel van Co Woudsma, staat dat de auteur voor het schrijven ervan een werkbeurs van het Fonds voor de Letteren ontving die hij geweigerd heeft. Die zin staat daar hinderlijk prominent. Als ik me goed herinner (een zinsnede waarmee ik de fictie betreed) was het euvel dat Woudsma bij het toekennen van de beurs zo onverstandig was de motivatie op te vragen en schrok van wat hij las. Vervolgens was de uitgever zo onverstandig niet alles in stelling te brengen de auteur van de vermelding te weerhouden. Er zijn getroebleerde geesten die zich zo normaal mogelijk voordoen. Er zijn ook normale geesten die zich zo excentriek mogelijk voordoen. Mijn sympathie ligt bij de eerste groep en dat is een poëticale uitspraak. Je zou Co Woudsma een exemplarisch dichter daarvoor kunnen noemen. De bundel Hoogste zomer is veel meer een tour de force dan de argeloze lezer of beoordelaar zou vermoeden, en dat geldt ook voor zijn eerdere werk. Als kunstenaar is je innerlijk al verward genoeg en kun je er beter een beetje ordentelijk bijlopen, zoiets schreef Thomas Mann al.

22 Juni 2015

Kleine worsteling

Over de Hanlo Essayprijs & Arjen van Veelens En hier een plaatje van een kat

'Het essay is een persoonlijk genre, gedreven door nieuwsgierigheid, door een eigen urgentie. Het is een literair genre, het is oorspronkelijk,' zei ik ruim twee jaar geleden. Een principepunt. Het literaire aspect delft vaak het onderspit, want het genre grenst ook aan het opiniestuk, de column, populaire non-fictie. In 2013 waren een wetenschapper, historicus, politicoloog en filosoof genomineerd voor de Jan Hanlo Essayprijs - een schrijfster en critica won. In 2011 een (winnende) filosoof, een literatuurcriticus en een schrijver. Dit jaar stonden er vijf journalisten op de shortlist. Was het essay veranderd, of de wereld? Hoe eenzaam is een principepunt? Hoe goed is het toeven in een zaal vol essaylezers? Enkele avonden na de Jan Hanlo Essay-Avond: tegen- en meedenken met de winnaar van 2015: Arjen van Veelen.

18 Juni 2015

Mooie vissen die naar me zwaaien

Hans van de Waarsenburg. Naklank (Azulpress, 2014)

Op 15 juni 2015 overleed Hans van de Waarsenburg. Hij was dichter, journalist, interviewer, presentator, radiomaker en organisator. Zijn generositeit en zijn cultureel activisme, zijn gevoeligheid voor wat er internationaal speelde, overschaduwden het feit dat hij zelf een krachtig en gevoelig en innovatief dichter was, zo reageerde zijn vriend Breyten Breytenbach op het nieuws van zijn overlijden. We verliezen een ware en warmhartige vriend. We verliezen ook een voorvechter die liet zien dat je geweldige dingen voor elkaar kunt brengen in wat men wel geringschattend ‘de provincie’ noemt. Dat de roos daar zal zijn waar het dansen plaatsvindt.

16 Juni 2015

Vaseline op je armen smeren en acht uren onafgebroken slapen. ‘Morgenochtend brandt het niet meer en is het niet meer zo rood,’ zei moeder. Hij knipt het lampje boven zijn bed aan, maar gaat achter het bureau zitten, aan de donkere kant van de kamer. Het bureau waaraan hij zijn havo niet heeft afgemaakt. Behalve een Russische roman ligt er niets. Hij opent het boek, bladert wat en gooit het terug op het tafelblad. De zalf broeit onder de rubberen handschoenen. Geen mens dat ooit met zulke handschoenen aan is gaan slapen. In zijn onderbroek en T-shirt klimt hij het bed in en legt zijn armen boven de deken. Zijn rug doet zeer nu hij ligt en ontspant. Het hoeslaken is zo ruw als een schuurspons. Morgen vroeg op: de tweede dag op de kwekerij. Liever was hij helemaal niet aangenomen, maar wat hij anders moet gaan doen weet hij ook niet. Geïrriteerd luistert hij naar het trage lopen van oma, onder hem in de achterkamer. Hij knipt het lampje uit en zinkt weg in zijn eigen zwaarte.

Omhoog