30 Juni 2015

Soep

En de winnaar is... V

Twee jaar geleden werd me gevraagd of ik plaats wilde nemen in de jury van de Woutertje Pieterseprijs. Ik kende de prijs. Ik was vereerd, maar ook huiverig. Het is een gerenomeerde prijs voor kinder- en jeugdliteratuur. Wat weet ik daarvan?

Ik schrijf. Ik schrijf literaire romans en let niet op leeftijd, op doelgroep. Speciaal voor kinderen schrijven, dat kan natuurlijk wel, maar het is ook beperkend. Ik heb wel wat jeugdboeken thuis, voor mijn kinderen, maar mijn kinderen voorlezen doe ik niet. Beter gezegd: ik ben ermee opgehouden. Ooit probeerde ik mijn zoon een spannend boek voor te lezen, ik zal de naam van de schrijver niet noemen, het ging over monsters. Ik deed echt mijn best maar na een halve bladzijde zei mijn zoon: Jij vind er niks aan hè?

Hij voelde het aan mijn stem, aan de toon. Ik las de woorden van de kinderboekenschrijver, de gemaakt-spannende zinnetjes vol uitroeptekens, die je net zo gemaakt moet voorlezen, acteren bijna. Dan wordt het nog wel wat. Maar ik stoorde me vreselijk aan de expliciete zinnen, aan het kinderachtige toontje, aan het hele boekje, en mijn zoon merkte dat vrijwel direct.

Abonneer je op de Revisor

4 boeken als welkom, 2 nummers en 1 login

Koop de Revisor los!

bestel direct de halfjaar boeken of oude jaargangen

25 Juni 2015

De molen draait, de bunker staat

Co Woudsma. Hoogste zomer (De Bezige Bij, 2015)

Voorin Hoogste zomer, de derde dichtbundel van Co Woudsma, staat dat de auteur voor het schrijven ervan een werkbeurs van het Fonds voor de Letteren ontving die hij geweigerd heeft. Die zin staat daar hinderlijk prominent. Als ik me goed herinner (een zinsnede waarmee ik de fictie betreed) was het euvel dat Woudsma bij het toekennen van de beurs zo onverstandig was de motivatie op te vragen en schrok van wat hij las. Vervolgens was de uitgever zo onverstandig niet alles in stelling te brengen de auteur van de vermelding te weerhouden. Er zijn getroebleerde geesten die zich zo normaal mogelijk voordoen. Er zijn ook normale geesten die zich zo excentriek mogelijk voordoen. Mijn sympathie ligt bij de eerste groep en dat is een poëticale uitspraak. Je zou Co Woudsma een exemplarisch dichter daarvoor kunnen noemen. De bundel Hoogste zomer is veel meer een tour de force dan de argeloze lezer of beoordelaar zou vermoeden, en dat geldt ook voor zijn eerdere werk. Als kunstenaar is je innerlijk al verward genoeg en kun je er beter een beetje ordentelijk bijlopen, zoiets schreef Thomas Mann al.

Lees onze nieuwsbrief

Het is gratis, en maandelijks

Schrijf mee aan de Revisor

Stuur je proza, poëzie of essayistiek in

22 Juni 2015

Kleine worsteling

Over de Hanlo Essayprijs & Arjen van Veelens En hier een plaatje van een kat

'Het essay is een persoonlijk genre, gedreven door nieuwsgierigheid, door een eigen urgentie. Het is een literair genre, het is oorspronkelijk,' zei ik ruim twee jaar geleden. Een principepunt. Het literaire aspect delft vaak het onderspit, want het genre grenst ook aan het opiniestuk, de column, populaire non-fictie. In 2013 waren een wetenschapper, historicus, politicoloog en filosoof genomineerd voor de Jan Hanlo Essayprijs - een schrijfster en critica won. In 2011 een (winnende) filosoof, een literatuurcriticus en een schrijver. Dit jaar stonden er vijf journalisten op de shortlist. Was het essay veranderd, of de wereld? Hoe eenzaam is een principepunt? Hoe goed is het toeven in een zaal vol essaylezers? Enkele avonden na de Jan Hanlo Essay-Avond: tegen- en meedenken met de winnaar van 2015: Arjen van Veelen.

18 Juni 2015

Mooie vissen die naar me zwaaien

Hans van de Waarsenburg. Naklank (Azulpress, 2014)

Op 15 juni 2015 overleed Hans van de Waarsenburg. Hij was dichter, journalist, interviewer, presentator, radiomaker en organisator. Zijn generositeit en zijn cultureel activisme, zijn gevoeligheid voor wat er internationaal speelde, overschaduwden het feit dat hij zelf een krachtig en gevoelig en innovatief dichter was, zo reageerde zijn vriend Breyten Breytenbach op het nieuws van zijn overlijden. We verliezen een ware en warmhartige vriend. We verliezen ook een voorvechter die liet zien dat je geweldige dingen voor elkaar kunt brengen in wat men wel geringschattend ‘de provincie’ noemt. Dat de roos daar zal zijn waar het dansen plaatsvindt.

16 Juni 2015

Vaseline op je armen smeren en acht uren onafgebroken slapen. ‘Morgenochtend brandt het niet meer en is het niet meer zo rood,’ zei moeder. Hij knipt het lampje boven zijn bed aan, maar gaat achter het bureau zitten, aan de donkere kant van de kamer. Het bureau waaraan hij zijn havo niet heeft afgemaakt. Behalve een Russische roman ligt er niets. Hij opent het boek, bladert wat en gooit het terug op het tafelblad. De zalf broeit onder de rubberen handschoenen. Geen mens dat ooit met zulke handschoenen aan is gaan slapen. In zijn onderbroek en T-shirt klimt hij het bed in en legt zijn armen boven de deken. Zijn rug doet zeer nu hij ligt en ontspant. Het hoeslaken is zo ruw als een schuurspons. Morgen vroeg op: de tweede dag op de kwekerij. Liever was hij helemaal niet aangenomen, maar wat hij anders moet gaan doen weet hij ook niet. Geïrriteerd luistert hij naar het trage lopen van oma, onder hem in de achterkamer. Hij knipt het lampje uit en zinkt weg in zijn eigen zwaarte.

12 Juni 2015

We zijn hier niet in Antwerpen

Koubaa vs. Koubaa 3

Soms schenkt het toeval je macht. Een paar dagen geleden, toen ik de kinderen met de fiets naar school bracht, werden we op een helling door een rode auto nogal bruusk de pas afgesneden waardoor ik spontaan en hard tegen de auto schopte. De chauffeur, niet in staat op mijn agressie te reageren  door het hachelijke punt waar hij zich bevond, scheurde er met gierende banden vandoor. Toen de kinderen en ik wat aangeslagen verder fietsten kwam een taxi naast ons gereden. Door een open raam riep de chauffeur dat die rode auto voorrang had. ‘We zijn hier niet in Antwerpen,’ riep ik nog een beetje nazinderend van het bijna-ongeluk. Op de terugweg, toen de kinderen veilig op school waren, vroeg ik me af terwijl ik over het Woodrow Wilsonplein zoefde of die onbenoembare flits vol razende hartkloppingen en zinderende adrenaline voor het bijna-ongeluk is wat Lacan met het reële bedoelde?

11 Juni 2015

Hier is geen plek voor nietigheid

Hans Sleutelaar. Wollt ihr die totale Poesie? (De Bezige Bij, 2015)

‘Je kunt niet strenger zijn voor mijn nietige verzen / dan ik zelf ben geweest’ is het motto van Wollt ihr die totale Poesie, de verzamelbundel uit het op zich al karige werk van Hans Sleutelaar. Karige poëzie is het, maar wel sterk en indringend. Het motto lijkt tot de lezer gericht, kun je nog minder van het materiaal opnemen, het nog meer uitbenen? De vraag krijgt een extra lading als je de verzamelbundel legt naast de enige twee dichtbundels die Sleutelaar eerder publiceerde, Schaars licht in 1979 en Vermiste stad in 2004. Op zichzelf al dunne en uitgemergelde bundels, gepubliceerd met een tussenpoos van 25 jaar. In de tweede bundel staan de gedichten alleen maar op de rechterpagina.

04 Juni 2015

Handen als zeesterren

Marieke Rijneveld, Kalfsvlies (Atlas Contact 2015)

Iemand komt thuis nadat een schaap is overreden en die moet getroost, gerustgesteld. Als er dan staat: ‘Je weet wat je moet zeggen om haar gerust te stellen’, gaat het niet om degene die thuiskomt, maar om degene die troost. Ook die moet gerustgesteld worden in het troosten. Dat kantelende perspectief is typerend voor de voortdenderende gedichten van Marieke Rijneveld. Wie spreekt er, wie beeldt zich in? Wie is de lezer en wie de schrijver? Alle metaforen waarmee de dichter door haar gedicht tuimelt, komen netjes een tweede keer terug, als vormen ze een valscherm, een parachute om mee te landen.

03 Juni 2015

Lees de Bladspiegeleditie van Mails aan een jonge fotografe

Bart Koubaa's reeks nu beschikbaar met extraatje

Bart Koubaa's Mails aan een jonge fotografe zijn een eenmanscorrespondentie aan een fictieve fotografe over kunst, beeld en literatuur. Een gasthoogleraar aan de kunstAcademie schrijft fotograaf in spe Claire Fisher uit Six Feet Under. De 25 mails verschenen tussen 14 januari 2013 en 20 januari 2014 op Revisor.nl, maar ze bestrijken een kortere periode: lente en zomer 2011.

Deze Mails, aangevuld met een fragment uit De vogels van Europa, zijn nu gebundeld in een bladspiegeluitgave, voor eigen afdruk en tabletweergave. Download deze uitgave (PDF).

28 Mei 2015

Bij dal kantelt de maag

Lammert Voos, Rigor (Stanza, 2015)

Lammert Voos, die eerder bij uitgeverij de Contrabas de bundels Klaai (2008) en Grensman (2010) publiceerde, schrijft zelfbewuste poëzie. Zijn derde bundel Rigor opent met een citaat van Belcampo: ‘Je wordt geboren, je leeft een tijdje, / je begrijpt er geen bliksem van en je gaat dood.’ Erop volgt een gedicht waarin de spreker regisseur is in een theater zonder podium en zonder spotlights en ‘waar de / decors zichzelf schilderden’. Zelfbewust is de indeling van deze bundel in zes reeksen, die verschillende plekken en thema’s belichten. En waarin de spreker zichzelf ziet: ‘Nietig en pover ploeter ik / voor door aangelegde woorden.’

27 Mei 2015

Rojstni Dan | Slovenië

Bekende vreemden

Voor Revisor.nl spreekt Richard de Nooy in een nieuwe reeks korte verhalen onbekenden aan. Hij schrijft de verhalen van 'Bekende vreemden'. Bekend, want ze komen ook voor in zijn nieuwe roman (werktitel Vreemdenliefde). Een voorloper was 'Annunaki', verwante verhalen stonden op A Quattro Mani. Na 'Morfine' is dit de tweede aflevering.

*

  1. Je bent bibliothecaresse bij de Mestna Knjižnica in Ljubljana.
  2. Daar werk je al te lang.
  3. Dat is een feit.
  4. Je zou hier graag een korte descriptieve passage willen plaatsen die jouw langdurige verbondenheid met de bibliotheek bevestigt.
  5. Je bent echter niet in staat om die passage zelf te schrijven.
  6. Je leest graag maar schrijft zelden.
  7. Je weet wél dat je niet steeds met ‘je’ zou moeten beginnen.
  8. Je hoeft geen goede schrijver te zijn om bibliothecaresse te worden.
  9. Wel moet je veel over schrijvers weten. En over boeken natuurlijk.
26 Mei 2015

Persoonlijk

En de winnaar is... IV

Op het terras van Wildschut dronk ik bubbels. Er was een reden om iets te vieren maar die bubbels hadden niks met schrijven te maken en ook niet met literaire prijzen. Het waren persoonlijke bubbels.

Verderop zaten Josje Kramer en Arie Storm. Josje is uitgever bij Querido, haar man Arie is recensent bij Het Parool. Hun dochter was er ook bij. Ze aten broodjes. Ik sprak ze even, ik vroeg Josje of ze een leuke Libris-uitreiking had gehad. Ze stond op een foto in de rubriek Schuim, ook in Het Parool. Twee schrijvers uit de stal van Josje waren genomineerd: Kees ’t Hart en Gustaaf Peek. Allebei niet gewonnen, en Josje had daarom een vreselijke avond in het Amstel Hotel. Ze had zelfs ruzie gemaakt met iemand die aan de kant van winnaar Adriaan van Dis stond.

Dat krijg je als er één winnaar is en vijf verliezers, en bij iedere verliezer een gezelschap dat al weken hoopt op dat ene glorieuze moment, in plaats van naar de radio te luisteren, waar ik eerder die week precies de uitslag voorspelde.

21 Mei 2015

Vaar de boot terug

Myrte Leffring, Om je schouders hang ik de nachten (Van Gennep, 2015)

‘Veeg mij uit veeg alles / uit en vaar de boot terug,’ schrijft Myrte Leffring (1973), redacteur van Awater, in haar debuutbundel Om je schouders hang ik de nachten. De opdracht die ze hier geeft, is aan de boeg een mossel te vinden en met wierige armen tot aan de vloedlijn terug te peddelen. Leffrings gedichten zijn mooi afgeknot, ze laten veel open, ruim voldoende ruimte voor lyriek bijvoorbeeld. Constant lees ik er zinspelingen op de liefde in, het lijkt wel of ieder nieuw gedicht een ander bezingt. Liefst iemand die sterk is en zacht tegelijk: ‘Je bent zo verwarrend warm / en zeker en zacht en omhelzend / van arm, met zachte lachjes en kalm / zo zwaar staand soms, staand op je benen.’

18 Mei 2015

Dooi!

Winter-IJsland X

De lente is een orkaan.
We zijn naar buiten gerend, struikelend, de wind douwt ons voor zich uit. De deur is achter ons dichtgeslagen. Ons kind, op de plaats rust, kijkt vanaf de vensterbank, haar neus en handen plat op de ruit. We graaien naar alles wat losligt. We binden schommels aan palen, we sjorren een kei op de klep van de zandbak. Tillen valt me zwaar, mijn buik wordt groter. Ik probeer bij de voordeur terug te komen maar ik kantel en val op mijn knie. Voorovergebogen crawl ik tegen de windstroom in. Verslap ik mijn spieren dan waai ik achterover. Mijn man grijpt mijn elleboog. Maaiend met armen en benen banen we ons een weg naar het huis.

Omhoog