30 Oktober 2012

Dichter, romancier en vertaler Bernlef (ps. Hendrik Jan Marsman, 14 januari 1937 - 29 oktober 2012) is gisteren overleden. Ook De Revisor heeft daarmee weer een auteur te betreuren. In 1975 droeg hij bij aan het tijdschrift, met gedichten, in 1980 met twee essays, waarvan een in zijn hoedanigheid als vertaler van Elisabeth Bishop, en in 1993, weer met poëzie.

18 Oktober 2012

Het jaar zit erop / Plannen

Een jaar zonder roman

Op 1 oktober 2012 ging ik in de ochtend aan mijn werktafel zitten en begon ik te tikken aan een nieuwe roman. Ik heb het jaar vol gemaakt en ben niet meer te houden. Al schreef ik maar 200 woorden, ik moest en zou ze die dag schrijven. Voor het slot van deze reeks pak ik de plannen erbij, die zich de afgelopen maanden ontwikkeld hebben.

15 Oktober 2012

De vrouw gaat hem voor de trap op. Bij elke stap naar boven krijgt hij het warmer, er lopen zweetdruppels langs zijn oksels. Op de overloop stopt ze zo plotseling dat hij bijna tegen haar op botst. Ze trekt een deur open en knipt het licht aan. De gemeenschappelijke wc en douche, smerig en oud. Hij bekijkt ze terloops en volgt haar verder omhoog. Op de bovenste verdieping opent ze de deur van de kamer. Zijn buik schampt de hare als hij naar binnen loopt. Het eerste wat hij ziet zijn de ramen, ze zijn van helder glas in lood en werpen een scherp afgetekend patroon op de planken vloer. Hij stapt in het zonlicht en voelt de warmte op zijn handen, zijn gezicht. De flats verderop staan in het felle licht en de bakstenen van de oude huizen aan de overkant lijken roder dan hij ze ooit gezien heeft. Zijn bezwete handen veegt hij af aan zijn broek.
‘Nou, wat doen we ermee?’ zegt de vrouw.
‘Ik neem hem,’ zegt hij.

10 Oktober 2012

Dit is geen wandelen, dit is stappen zetten. De deur uit, de straat uit, bijna Den Bosch uit, staat daar de buurman uit een straat verderop, de kunstenaar. We zetten ons correspondentie voort als gesprek: Nescio en Kees, en ook over onze verkeersambtenaar. Mijn dochter draait en kriebelt op mijn rug. Dan loop ik verder, de trap af naar het paadje langs de Stadsdommel, het tweede paadje, het oude paadje is te modderig, een nieuwe is gemaakt, tot de loopbrug onder de verkeersbrug door, nieuw modderpaadje, de loopbrug boven de sluizen over, naar het voetveer dat ik naar de overkant draai. De komma's zijn punten, korte etappes naar mijn doel: de Bossche Broek, tegenover het centrum. Dan kan ik doorlopen, over de dijk rond het voormalige moeras, eindelijk zeker van mijn droge voeten, eindelijk rust ook op mijn rug. Maar de stad is dichtbij, en - stop.

Het gaat met horten en omwegen, zo'n zoektocht. Ik bleef hangen bij Nescio en liep vast met Geoff Nicholsons The Lost Art of Walking. Want daar verwachtte ik inzichten over wandelliteratuur: romans waarin gewandeld wordt en de stijl meedoet. Nicholson was een tip van Thomas Blondeau, die me ook wees op de psychogeografie, de studie van het doelloos wandelen. En doelloosheid, dat kan mooie dingen opleveren. Toch?

Omhoog