23 September 2013

Een jaar lang ben je elke woensdagochtend bij haar. Je went binnen een paar weken aan de stijl van jullie gesprekken, want je durft tot je eigen verbazing hiaten aan, en zelfs de geur op de trap zodra je bij haar de voordeur binnenloopt: de natuurwinkel, oud tapijt en twee of drie hoopgevende wolkjes luchtverfrisser.

Omringd door de tafel onschuldige doosjes kruidenthee, de Zen-fontein met nepstenen en de ingelijste posters van Monets waterlelies, hoor je jezelf eindeloos in herhaling vallen. Steeds blijft zij je verbazen, want geen moment herken je op haar gezicht een teken van verveling. Soms denk je van wel, maar dan blijkt dat ze moet niezen.

20 September 2013

Vorige maand pakte ik een nieuw essay op. Ik besloot dat het over literaire bevallingsscènes moest gaan, geprikkeld door een stuk in The Guardian (strekking: 'Er zijn amper literaire bevallingsscènes.') en ervan overtuigd dat beschrijvingen van een levensgebeurtenis als deze inzicht konden bieden in hoe auteurs omgaan met perspectief, stijl en sentiment, en hoe ze het verlies van controle beschrijven en inzetten. Ik zag overeenkomsten in boeken van A.F.Th. van der Heijden, maar goede voorbeelden voor mijn vragen vond ik nog niet. Vandaag gaan we verder. Met de focus op het moederperspectief, met Tsjechov, en vandaar naar Anna Enquist, Rosan Hollak, Kristien Hemmerechts, Heleen van Royen. En ik vraag me af: kun je over pijn schrijven zonder 'pijn' te schrijven?

11 September 2013

In 1992 was ik voor het laatst in Barcelona. Toen werden daar de Olympische Spelen gehouden. Ik was 21. Het kostte me vier dagen om Frankrijk door te liften. Ik zag de marathon en een waterpolowedstrijd. Ik begon toen net met lezen. Ik had een boek van Sarte bij me en een roman van Kundera. Vorig weekend vloog ik naar Barcelona voor de presentatie van de Catalaanse vertaling van Naar de overkant van de nacht. Ik ben nu dubbel zo oud. In Barcelona is sinds die Olympische Spelen veel veranderd, verzekerden de mensen me.

07 September 2013

Berlijn is een lelijke stad met fraaie resten. Dat noteerde Jaap Harten in Het verwoeste Berlijn, over een verpleegster die na het bombardement in het Volkspark op een granaat trapt die een deserterende soldaat had achtergelaten. De restanten van de vrouw zijn onherkenbaar, alleen haar horloge ligt ongeschonden in het gras. In de cult-roman De getatoeëerde Lorelei noemt de Haagse dichter Harten de stad ‘een puinlandschap onder rookzwammen’. Dat bleef er van over na de oorlog.

Omhoog