30 Januari 2014

Wij feliciteren Antoine de Kom met het winnen van de VSB Poëzieprijs voor Ritmisch zonder string (Querido) en, ietwat verlaat, Wytske Versteeg met de BNG Nieuwe Literatuurprijs naar aanleiding van haar roman Boy (Prometheus). De Kom publiceerde 'ses barqueres', dat in de winnende bundel staat, eerst bij De Revisor, in ons halfjaarboek 2010. Van Versteeg publiceerden we verhalen in het vijfde en nieuwe, zevende halfjaarboek.

Erik Lindner schreef over De Koms bundel bij Poetry International: 'De gedichten van Antoine de Kom zijn werelds en schuwen de politiek niet en dat gaat opmerkelijk goed te midden van de zinderende lyriek. Hier is geen sprake van een engagements-button op de  dikke winterjas van koudbloedige en weinig altruïstische personen, zoals je die wel eens her en der aantreft. Hier spreekt een uiterst lyrische en warme stem.'

29 Januari 2014

‘Wat hebben kunstenaars toch tegen opdrachten? Er is grote kunst uit ontstaan.’ Die uitspraak doet Jurriaan Benschop in zijn boek over Berlijn Wonen tussen de anderen als hij naar een lezing van Jeff Wall gaat. De fotograaf kan simpelweg niet zeggen of het wel gaat lukken met een bepaalde opdracht. Dat is herkenbaar. Je weet nooit zeker of er wel iets uitkomt, en je kan niet beloven of het goed wordt. Soms heeft het resultaat te maken met de opdrachtgever, of de kunstenaar zich voldoende uitgedaagd voelt om iets moois te maken. Er kunnen ook andere omstandigheden meespelen.

27 Januari 2014

Wat moeten we herlezen uit de afgelopen veertig jaar De Revisor? Toef Jaeger, redacteur van 2001/1 tot 2009/6, koos voor 'het themanummer vol herschrijvingen van klassiekers, en dan een bijdrage van Herman Franke, 'Een cosmetisch rapport van: W.F. Hermans, De tranen der acacia's' (Revisor 2005/2). Het is een nummer waar ik nog steeds enthousiast over ben omdat het met humor dwars wilde zijn. Herman Franke – iemand die ik bewonderde – nam mijn favoriete auteur en het leek me onmogelijk dat hij een passage van Hermans kon verbeteren, maar dat deed hij vol overtuiging en slaagde er ook nog eens in.'

Inderdaad. Een pijnlijk sterke verbetering van een grootheid.

24 Januari 2014

Wat moeten we herlezen uit veertig jaar De Revisor? Nicolaas Matsier, redacteur van 1976/1 tot 1980/3 en 1983/5 tot 1986/3, koos voor 'het aantreden van Hedda Martens, met "Gegevens", in IV/3'. Dat debuutverhaal uit 1977 kunt u nu hier lezen. Meer werk van Martens (uit De Revisor en De Gids) is bij de DBNL te lezen.

22 Januari 2014

Ik ergerde me aan ijzig drama in John William's Stoner. Ik ergerde me aan apocalyptische regenbuien in Bill Chengs Southern Cross the Dog. En toen ik begon te twijfelen of het aan mij lag, begon het te regenen in Maartje Wortels IJstijd. En kort daarop hoosde en sneeuwde het in Ian McEwans Het kind in de tijd. Over weersomstandigheden, meteorologische gemoedstoestanden, weerbeeldspraak en pathetic fallacy.

15 Januari 2014

'Kies iets van de Tomben van Jan Kuijper,' schreef Piet Meeuse (redactielid van 1982/1 tot 1992/1). Neem ‘De tombe van Wallace Stevens’, schreef Christien Kok (1991/6 tot 1994/1). 'Ik was blij dat Jan Kuijper in de redactie kwam, de totaal ongelovige, en geestig. [...] Jan was op alle fronten aanwezig, ook als wijnschenker. En het is een goede dichter,' voegt Barber van de Pol (1983/4 tot 1989/6) toe.

We volgden de concrete suggestie van Christien Kok en namen Wallace Stevens, uit de negentiende jaargang (1992). Kuijper zat toen zelf in de redactie, hij was redacteur van nummer 1984/3 tot 1994/1, en hij droeg frequent bij aan het tijdschrift. De DBNL getuigt daarvan, met veel tijdschriftbijdragen en zijn gebundelde Tomben.

Omhoog