26 Februari 2014

Ik ken een Nederlandse dichter die meent dat de computer is uitgevonden voor gedichten. Hij acht de mate waarin de computer ten dienste staat van zijn schrijven als graadmeter. Als hij geen printjes meer hoeft te maken en hij versies van een gedicht op het scherm kan vergelijken en zo bepalen welke beter is, dan zegt hij: ‘zo’n goede dichter ben ik nu geworden’. Andere dichters hebben handschrift nodig, ook het tempo van het opschrijven en overschrijven met de hand. Hij niet. Je zou natuurlijk kunnen overwegen dat ook andere functies van een computer in verband staan met gedichten. Corresponderen, data beheren. Kennis is poëzie, nietwaar, zelfs geld is poëzie. De dichter die ik bedoel is hoogleraar in de economie.

24 Februari 2014

Piet Meeuse, redacteur van 1982/1 tot 1992/1, worstelde met l' embarras du choix. 'In mijn periode debuteerden Roosenboom en P.F. Thomése in De Revisor, en publiceerde Van der Heijden er zijn beste proza, etc. [...] Dus hak ik de knoop door: wat het Nederlands proza betreft kies ik Thomas Roosenboom, Het jagertje, in 1987/5.' Rosenboom debuteerde in 1982 in De Revisor met 'Bedenkingen'. Er is meer van Rosenboom te lezen op de DBNL, maar dit is een uitstekend begin, en een goede voortzetting van onze zoektocht naar het beste uit veertig jaar De Revisor.

23 Februari 2014

Op vrijdag 21 februari overleed Leo Vroman. Hij publiceerde sinds de jaren zeventig met regelmaat gedichten in De Revisor. In 1976, in de derde jaargang, verscheen een gesprek dat Sjoerd Kuyper en Tom van Deel met de dichter hielden, dat terug te vinden is bij de DBNL. Daar staat ook al zijn poëzie voor tijdschriften als het onze, Hollands Maandblad en De Gids.

Leo Vroman behield tot op hoge leeftijd een mooie levendige geest. Op de website van De Gids staat een In Memoriam geschreven door Piet Gerbrandy.

Hieronder een gedicht van Leo Vroman uit De Revisor uit 1978 (jaargang 5, nummer 3):

19 Februari 2014

'Stijl is alles, hoor je vaak. Maar hoe kan een roman je dan in de wurggreep nemen terwijl je voortdurend de neiging moet onderdrukken met een rood potlood woorden weg te strepen, zinnen te verbeteren of hele passages te herschrijven,' vroeg Herman Franke zich af. Hij deed het, hij herschreef een pagina van Hermans' meesterwerk, in een bewonderenswaardig essay.

Naast Anthony Mertens' 'jurylezen, magneetlezen en koortslezen' bestaat er pijnlezen. Pijnlezen is vaak herlezen, een confrontatie met de bewondering van jaren terug. Maar even vaak is de aantrekkingskracht er nog steeds, onverbiddelijk, ondanks de kromme zinnen, de benoemerigheid, de zwabberige omgang met perspectief. Mijn project voor de komende maanden: lezen tot het pijn doet. We beginnen bij Elsschot, Tsjip, en vaagheden.

17 Februari 2014

'Gelijk raak! Bij het samenstellen van het allereerste nummer van De Revisor, 1974/1 dus, kreeg ik op de valreep, dat is op de redactievergadering zelf, een lange prozatekst te lezen van ene A. Tuinman, waarover de andere redactieleden nog verdeeld waren. Of ik het "even" wou lezen. Wel, ik ben een langzame lezer en ook nog bloedserieus. Ik zei dat ik alleen in stilte kon lezen en trok me terug in een andere kamer - waar? bij Tom van Deel thuis? weet ik niet meer precies. Ik las, lange tijd, vond het een verrassend sterke tekst - dagboekachtig, ik zelf ben meer van "vent" dan van "vorm" - en stemde dus voor. Het verhaal werd geplaatst, en bleek later het debuut van... Anneke Brassinga. Goed gebruld, beer(s)!' We vroegen oud-redacteur Paul Beers (1974/1 tot 1977/1) welke bijdrage uit de afgelopen veertig jaar we moesten herlezen. Het werd 'Uit een dagboek'.

Omhoog