29 November 2016

Warenhuis

Boekhandel van de maand

De positie van boekhandelaren is de laatste tien jaar erg veranderd. Boekhandelaren zijn steeds belangrijker in het boekenvak: ze geven quotes achterop boeken, ze verschijnen op feestjes, ze kopen boeken in die getipt zijn door de collega’s van het boekenpanel van DWDD. Boekhandelaren spreken zich uit over boeken, Jan van Mersbergen spreekt zich uit over boekhandels in de rubriek Boekhandel van de maand. Iedere laatste dinsdag van de maand.

Vandaag de tiende aflevering: Donner in Rotterdam

28 November 2016

Wespen

500 à 1000

Deze weken publiceren we vier zeer korte verhalen van Robin Kramer (1990), schrijver en redacteur. Zijn werk verscheen bij DeFusie, De Optimist, De TitaanLiter en op Passionate Platform. De vierde en laatste is 'Wespen': 'Daarna zag hij de mensen – baddoeken achtergelaten op de stretchers, stapeltjes van tijdschriften en zonnebrillen, cocktails in plastic glazen als punaises op een landkaart – zo moet het universum zijn, dacht hij.'

25 November 2016

Christiaan Weijts, Lisa Weeda, A.F.Th. van der Heijden: in een speciale aflevering van onze leesrubriek maakt de redactie plaats voor lezers om haar heen, die Revisor 13 lazen. Maarten Asscher, penningmeester van Stichting De Revisor, scheidend redactiesecretaris Stefanie Liebreks en aankomend redactiesecretaris Christiaan Boesenach lichtten het beste uit het nummer. Wij van Revisor adviseren Revisor.

U koopt de nieuwe Revisor bijvoorbeeld bij een van 98 boekhandels. ISBN is 9789023442707, prijs € 12,50. Maar een abonnement is voordeliger: 4 nummers voor € 40,-, plus een welkomstgeschenk: Sanneke van Hassels De ochtenden.

*

Maarten Asscher, een verhaal uit één uur, over Christiaan Weijts, 'De slag om tafel vier'

Zoals er bepaalde gerechten zijn die altijd smaken en steden die nooit teleurstellen, zo zijn er ook schrijvers die je zelfs met hun minste dagboekaantekening, korte verhaal of column meteen in het goede lezershumeur brengen. Tot die categorie behoort wat mij betreft Christiaan Weijts. Zijn columns zijn scherpzinnig en raak, en verraden een uitmuntend ‘oor’ voor de actualiteit, zijn romans zijn even intelligent als onderhoudend.

23 November 2016

Anna Paulowna

500 à 1000

Deze weken publiceren we vier zeer korte verhalen van Robin Kramer (1990), schrijver en redacteur. Zijn werk verscheen bij DeFusie, De Optimist, De TitaanLiter en op Passionate Platform. Dit is de derde, 'Anna Paulowna': 'Hier gaat een Koningin. Hield van de kunsten en bouwde scholen. Een heldin van het volk. De geruchten gaan dat ze negen dagen achter elkaar heeft gedronken, zonder te slapen of zelfs maar te zitten. Zo wordt ze ook door de straten getrokken: rechtop in haar kist, slapend in een ornamentele jurk.'

21 November 2016

DeepDream

500 à 1000

Deze weken publiceren we vier zeer korte verhalen van Robin Kramer (1990), schrijver en redacteur. Zijn werk verscheen bij DeFusie, De Optimist, De TitaanLiter en op Passionate Platform. We vervolgen met 'DeepDream'. 'Het duurt vijftien seconden voordat de Ravensbrückfoto is bewerkt. De stapel vrouwen waarop het meisje ligt is een allegorisch bestiarium geworden: vogels met hondenkoppen, walrussen met rattenstaarten, en met vacht en losse ogen besmeurde wezens die aan geen enkel bestaand beest doen denken – de foto is niet langer zwartwit maar bevat het kleurenspectrum van met afwasmiddel gemengd water, het soort belvormige regenboog dat alleen in zonlicht ontwaard kan worden.'

18 November 2016

Cynan Jones en Belcampo: we lezen weinig. Maar wel het beste boek van het jaar en een briljant oud verhaal.

*

Jan van Mersbergen: Cynan Jones, De burcht

Er zijn kleine boeken en opgeblazen boeken. Op het eerste gezicht is De burcht een opgeblazen boek. Gezien de bladspiegel doet het denken aan The Road van Cormac McCarthy, door de vele witregels. Die roman echter had nog wel body en de Nederlandse editie had veel woorden op een pagina. Die witregels gaven even rust na een volle innemende alinea van maar een paar regels. Max Porter had dat ook: erg ruim opgezet maar door de thematiek en de geconcentreerde zinnen werden de bladzijdes toch gevuld. De burcht telt steeds drie tot acht witregels op een bladzijde waarop normaal gesproken zo’n dertig regels staan, dat is heel veel lucht. De bladspiegel bepaalt nu eenmaal deels het leestempo, het ritme. Deze losse zinnetjes van Jones hebben geen lucht nodig, meestal zijn het eenvoudige beschrijvingen die gewicht lijken te winnen door het wit maar die meestal gewoon overlopen in de volgende handeling. Het wit is vulsel. Even tellen: van de 158 pagina’s zijn er in De burcht 23 volledig wit. Dat is bijna een op de zeven. Blijft erg veel. De meeste ruimte is gewonnen door de vervelende indeling en vooral dus door witregels. Verschillende delen die weer onderverdeeld zijn in hoofdstukken, ieder hoofdstuk begint op de rechterpagina. De linkerpagina is dan meestal leeg en als er een nieuw deel komt dan is de rechterpagina voor de tekst weer begint gevuld met: deel zoveel. 

17 November 2016

Inleiding bij De ochtenden

Bij ons cadeauboek voor abonnees: Sanneke van Hassels De ochtenden

Wie zich vanaf nu abonneert op Revisor, krijgt voor € 40,- vier nummers (à € 12,50), een login voor het archief én als welkomstgeschenk Sanneke van Hassels De ochtenden. Jan van Mersbergen koos in 2015 uit haar oeuvre 27 verhalen, leidde ze in en lichtte ze toe. Een deel van die inleiding nemen we hier over.

*

‘Nog steeds heb ik hem niet paraat,’ schrijft Sanneke van Hassel in haar verhaal ‘Motherhood’, ‘die ene zin die precies omvat wat ik schrijf.’ Het verhaal gaat over een moeder die haar huis, en haar kindje, ontvlucht. Tegen een schoonmaker op het station zegt ze dat ze schrijft, maar wat precies, dat weet ze niet. Alleen dat het een dik boek wordt.
Het typeert de echte schrijver: je maakt een verhaal maar ergens is het ongrijpbaar. Je wilt grip hebben op de woorden, de zinnen, de grote thema’s, de handelingen en de innerlijke wereld, en dat gevoel van grip is er heel vaak, maar ergens is dat een illusie en ontstaat een verhaal ook plots, als je even met je ogen knippert. Het moeizame van woorden, daarover gaan deze verhalen.
De vrouw van ‘Motherhood’ is net moeder geworden, van een jongetje. Duidelijk is dat haar moederschap haar schrijven in de weg zit maar ook is dat moederschap juist onlosmakelijk een deel van de schrijver, en dus van het schrijven. Het is onderwerp en blokkade tegelijk, zoals alle werkelijk persoonlijke onderwerpen dat zijn.
Een schrijver die moeder is schrijft over moederschap, een moeder die schrijft verfoeit het moederschap, die twee huizen in één lichaam, in één geest.

15 November 2016

De 'De tongzoen van tante' bevat een uitgebreide vergelijking tussen Van der Heijdens prozafragment 'Advocaat van de hanen' in Revisor 1987-1 en het eerste hoofdstuk, 'De geharnaste kat', van de roman Advocaat van de hanen, 'De geharnaste kat'. En er zit een uitstapje in naar 'Reis naar de Exilstraat', een variatie van Van der Heijden op Céline. Ten slotte kwam er een derde variatie bij in Revisor 13, Ivo Victoria's 'De gekiste kat'. De grote overeenkomst: het loopt slecht af met de katten en de hamster Hamlet. En verder zijn er vooral verschillen. Een inventarisatie.

Vrijdag 11 november verscheen Revisor 13, gewijd aan A.F.Th. van der Heijden. Lees Daan Stoffelsens essay over twee versies van de opening van Advocaat van de hanen, en bestel uw exemplaar bij een van 98 boekhandels. Of neem een abonnement.

13 November 2016

De tongzoen van tante

De redacteur als lezer over Advocaat van de hanen

Vrijdag verscheen Revisor 13, gewijd aan A.F.Th. van der Heijden. Lees Daan Stoffelsens essay over twee versies van de opening van Advocaat van de hanen, en bestel uw exemplaar bij een van 98 boekhandels.

‘Weg daar. Weg, zeg ik.’ Zo zou ik begonnen zijn, met zin twee en drie. De echte openingszin van Advocaat van de hanen (1990) is een complexe zin: ‘Hij had er beter aan gedaan van al zijn zinnen uitsluitend de reuk en de smaak te vertrouwen, en dan nog alleen voor zover ze hem zijn eigen verrotting lieten ruiken en proeven: wat zijn oor ving was onherkenbaar vervormd door de angst, onder zijn aanraking kregen de dingen onmiddellijk een andere huid, terwijl zijn ogen ook wijd open niet veel anders meer zagen dan het schouwspel dat zijn vergiftigde brein voor zichzelf opvoerde.’
Lang, overgeconstrueerd, met springerige variatie: ik moest deze zin herlezen, en nog eens. Een versimpeling zou directer lezen: ‘Vertrouw uitsluitend de reuk en de smaak, en alleen je eigen verrotting.’ En: ‘Zijn ogen zagen niets dan de opvoering van zijn vergiftigde brein.’ Toch zit die complexiteit me niet het meeste dwars. Ingewikkelde zinnen horen bij het leven. En dit is A.F.Th. van der Heijden, dit is bovenal Ernst Quispel, een man met oog voor detail en woorden voor scherpe zelfanalyse. De stijl past. Maar abstractie – reuk, smaak, wat, dingen, schouwspel – is een keuze, en ik zou die niet meteen in de eerste zin maken.

De redacteur als lezer wordt al snel een redigerende lezer. Een prachtig voorbeeld daarvan blijft Herman Frankes herschrijving van de opening van W.F. Hermans’ De tranen der acacia’s (1949) in Revisor 2005-2. Hij stelt in dat essay: ‘Op de eerste bladzijde doet een schrijver vaak extra zijn best. Dit geldt nog sterker voor de eerste zin. De stilistische oneffenheden daar heeft hij dus gewoon niet gezien of niet als zodanig ervaren, wat even ongelooflijk als waar is. De eerste zin is zo belangrijk als de eerste tongkus van verliefden. Smaakt die niet naar meer, dan wordt het nooit wat.’

11 November 2016

Van alle bewoners van Berghof, die ik evenzogoed mijn vrienden als mijn patiënten zou kunnen noemen, heb ik met niemand zoveel tijd doorgebracht als met hem, en met niemand zo weinig woorden gewisseld.

Zijn gezicht nodigt nu eenmaal niet uit tot gepalaver over het weer of het eten. Zijn ogen, half verscholen onder borstelige wenkbrauwen, zijn even doordringend als klein. De brede mond heeft iets strengs, iets kwaads ook. Die afwerende uitstraling heeft zijn uitwerking niet gemist. Ik heb het nagezocht: in al die jaren heeft nog nooit iemand hem bezocht. En dat terwijl hij al langer in Berghof zit dan welke patiënt, directeur of verpleger ook. Bij aankomst is er voor tachtig jaar vooruitbetaald, ‘zodat zeker was dat hij hier zou sterven’. En toch heb ik altijd het gevoel gehouden dat hij heimelijk op iemand wacht die op een dag voor de deur staat om hem op te halen.

De hoge zon is nog altijd krachteloos, het zal maanden duren voordat het weer gaat dooien. Ik ben er bijna.

11 November 2016

Er zijn nogal wat redenen waarom je je kunt vergissen in de liefde. Je kunt je zelfs afvragen of er iets anders bestaat dan dat, en dat het inzake de liefde nadat er iets in gang is gezet aankomt op het grote Neerleggen Bij. Van iemand begeesterd raken betekent immers dat wat niets was, minder dan niets, het wás er gewoon niet, plotseling lijnen krijgt, contouren, dimensies, ergens wordt lucht ingeblazen en dan wordt het alles. Zaak is het, al is dat een romantische gedachte, om het alles te doen blijven zijn, en het zelfs het verhaal van je leven te laten worden. Maar waarom heb ik het dan zo cynisch over Neerleggen Bij, en niet over Trouw Blijven Aan?
Mijn moeder – die ik niet zonder mijn vader voor me kan zien – vertelde me ooit dat er ook nog een politieagent in haar leven was geweest. Ze kende hem van dansles, in Tuindorp-Oostzaan, waar alles zich afspeelde. Terwijl ze al iets – min of meer – met mijn vader had. Mijn vader en min-of-meer. Mijn vader was diepserieus.
‘Wat moet je met die jongen van Pruis?’ vroegen haar vriendinnen die mijn moeder met hem zagen praten op het pontje.
Vannacht droomde ik dat ik op een foto van mezelf stuitte van vroeger. Ik had een zonnebril op. Ik pakte de foto op en er gebeurde een klein wonder. In de weerspiegeling van de glazen kreeg ik het tafereel voorgeschoteld waarvan ik toen deel moet hebben uitgemaakt. Ik zeg het een beetje krom, maar het is ook iets ongekends. Ik zag wat ik toen, met die zonnebril op, moet hebben gezien. En daar was mijn moeder, zoals ze was voordat ze ziek werd. Ik hoorde opeens weer haar manier van roepen – joe joe – zo tinkelend en vrolijk, ze draaide zich om op haar ligstoel, de zon scheen, ik geloof dat ze een badpak aanhad. En toen hoorde ik ook mijn vader, ik hoorde zijn stem, en mijn moeder reageerde op wat hij zei. O, ik draaide en draaide in mijn droom, reikhalzend, maar ik kreeg mijn vader maar niet in het vizier.

Voordat ik iets ga schrijven bedenk ik hoe een echte schrijver dat zou aanpakken.
Ik bedacht bijvoorbeeld dat ik zou gaan schrijven over Advocaat van de hanen, de roman van A.F.Th. van der Heijden uit 1990, met behulp van het verschijnsel mimetische begeerte. Dit type begeerte werd mij voor het eerst gewaar dankzij Willem-Jan Otten, die het weer van René Girard had. Ik interviewde Otten over seks, lust, porno. Een beweeglijke man, klein, druk redenerend, beschaamd en nieuwsgierig tegelijkertijd. Hij had het over cataracten, ken je dat woord niet? vroeg hij. Ik kende het woord niet. Stroomversnellingen. En mimetische begeerte ervoer je als je bijvoorbeeld op een terras zat met een vriend, en die vriend die zei: kijk eens wat een mooie vrouw. En opeens ervoer je een verlangen naar die vrouw. Je begeerte blijkt bemiddeld te zijn, nagebootst; dat is het idee.
I’ll have what she’s having.
Maar dan op het niveau waaraan volgens Girard mensen en samenlevingen voortdurend kapotgaan.

11 November 2016

Ook die nacht werd Louis Stevens wakker rond een uur of twee. Hij lag op zijn rug, met de ogen nog gesloten, en de wilde stroom aan gedachten die zijn brein urenlang geteisterd had doofde langzaam uit en maakte plaats voor een droog, ritmisch geluid dat via het openstaande kantelraam de kamer binnendrong.
Tak, tak. Tak.
Alsof iemand boven op het dakterras zat en uit verveling wat kurkdroge houten stokjes doormidden brak.
Tak.
Louis Stevens opende de ogen en staarde naar het plafond. Nu viel hem ook de scherpe geur op die in de slaapkamer ronddreef. Een rokerig aroma kietelde zijn neus. Hij kon het haast proeven. Er was iets. Er was iets geweest. Maar wat? In zijn schedelpan keken miljarden neuronen verdwaasd en verbaasd om zich heen. Wat is dit geluid? Waar kennen we deze geur van? En toen herinnerde hij het zich. Barbecue. Zijn vrouw had hem er reeds aan het eind van de middag op gewezen. ‘De buren zijn er vroeg bij dit jaar,’ had ze gezegd en daarbij stak ze haar wijsvinger recht omhoog alsof die barbecuegeur daar, naast haar hoofd, zichtbaar in de lucht hing. En ook toen hij uren later de trap afliep naar de slaapkamers – die zich op de begane grond bevonden – had dat uitgerookte parfum nog steeds door het huis gedwaald.
Tak, tak. Tak.

11 November 2016

Geen voorzichtige inleiding. Mijn deurmat is niet gemaakt van kokoshaar maar van de afgestroopte stekelhuid van een egel. Er staat niet ‘Welkom’ op gedrukt, maar ‘Nietzsche’.
Laat ik beginnen met een citaat uit diens De geboorte van de tragedie:
‘Er is een oude sage die zegt dat koning Midas lange tijd in het bos jacht maakte op de wijze Silenus, de metgezel van Dionysus, zonder hem te pakken te krijgen. Als hij hem ten slotte toch in handen valt, vraagt de koning wat het allerbeste en allervoortreffelijkste is voor de mens. De demon hult zich in een koppig en onverstoorbaar stilzwijgen totdat hij, door de koning gedwongen, ten slotte in lachen uitbarst en de volgende woorden spreekt: “Jullie, beklagenswaardig eendagsgeslacht, kinderen van toeval en kommer, waarom dwing je me te zeggen wat je veel beter niet kunt horen? Het allerbeste is voor jou totaal onbereikbaar, namelijk niet geboren te zijn, niet te zijn, niets te zijn. Het op één na beste echter is – zo spoedig mogelijk te sterven.”’

Puur sadisme, dat lachen van die oude sater Silenus, want zelfs het op één na beste is voor de meeste mensen geen optie. Al hangt hun leven van ellende aaneen, er een einde aan maken zien ze niet zitten. Doodsangst steekt daar een stokje voor.
Lijdzaam afwachten, meer kunnen we niet doen.
Er lopen allerlei draden van deze passage bij Nietzsche naar het werk van A.F.Th. van der Heijden. Meteen al in zijn debuut, het onder de naam Patrizio Canaponi gepubliceerde Een gondel in de Herengracht, is het Silenus-verhaal onderwerp van gesprek tussen Bruno Tirlantino en diens minnaar Simon Fringle. In de romancyclus De tandeloze tijd klinken de woorden van Silenus menigmaal, bijna als een refrein. De tekst van Nietzsche fungeert zelfs als motto bij het hoofdstuk ‘Het antwoord aan koning Midas’ in de roman Vallende ouders (De tandeloze tijd 1).

11 November 2016
‘Als hij de draad van zijn betoog eenmaal te pakken had, beleefde hij eenvoudig een uittreding. Hij wierp het lichaam van kennis dat zich in hem gevormd had, via een onstuitbare monoloog plompverloren voor de voeten van zijn gehoor. Voilà, zie maar wat je er mee aanvangt. De man was geen filosoof, maar een filosofisch medium. Door hem sprak de filosofie.’

— Patrizio Canaponi, Een gondel in de Herengracht

1.

Tik… tak… tik… tak... Over vijf tellen zal hij met de punt van zijn schoen de scheve stoeptegel raken. Daarna nog 35 passen. Tik… tak… tik… tak… Het linnen tasje klemt hij stevig tegen zijn lichaam. Vier… drie… twee… Stop. Hij ketst met zijn stok tegen het metalen hekwerk aan, vijf passen, tast de voordeur af, kruipt met zijn vingers langs het gelakte hout van de lijst tot zijn vingertoppen de ronde belknop raken.
Het duurt even voordat hij lichte voetstappen hoort. Een kort gehijg. Traag wordt de deur geopend. ‘Hallo.’ Een zachte stem komt van onderen. Achter hem het raspende keelgeluid van een ekster. Hij haalt het uitgetypte manuscript uit zijn tas, kucht beleefd, buigt zich enigszins naar voren. ‘Is je vader thuis?’ Opnieuw zacht gesnuif, dan een geroffel van voetjes door een hoge gang. ‘Paaaap! Iemand met een zonnebril!’

11 November 2016

Blijkens het dossier had Marique haar Eindhovense ondervragers aanvankelijk verteld dat ze na Gieds vertrek naar zijn blusklus onmiddellijk weer ingeslapen was ‒ totdat later die nacht de huistelefoon haar wekte. Tegenover de rechter-commissaris werd ze al wat genuanceerder. Nog voor Gied weer terug was, had ‘iets’ haar wakker gemaakt ‒ sirenes in het dorp of gerommel van naderend onweer.
‘Mevrouw Schwantje, er is uitgezocht dat het die nacht niet geonweerd heeft ‒ boven Geldrop niet, en niet in de wijde omtrek. De sirenes waren te ver weg om u te kunnen wekken.’
Weer later gaf Marique toe dat ze, door een of andere oorzaak ontwaakt, door het raam aan de voorkant de straat in gekeken had. Er kwam een Mercedes door de Lange Kerk gereden, die stopte voor schwantje’s fijne vleeschwaren. Ze haalde haar schouders op, en ging op de veranda boven de garage een sigaret roken, gewoon in haar lange nachtpon, hopend op wat verkoeling. De sterrenhemel was nog even helder als kort na middernacht. Leunend over de balustrade, rokend, zag Marique de twee Turkse jongens de Leveranciershof op komen slenteren. Verder geen levende ziel te bekennen. De jongens zwaaiden naar haar. Ze kende die twee als onregelmatige medewerkers van de shoarma tegenover de slagerij, dus logisch dat ze terugzwaaide.

11 November 2016

Vandaag verschijnt Revisor 13, gewijd aan A.F.Th. van der Heijden. Lees Lisa Weeda's op A.F.Th. van der Heijdens MH17-feuilleton gebaseerde en gevarieerde bijdrage 'Indexen voor verwijtbaarheid', en bestel uw exemplaar bij een van 98 boekhandels.

1951: A.F.Th. van der Heijden geboren. 1978: Patrizio Canaponi in Revisor. 2016: Twaalf schrijvers. Variaties op een oeuvre. Essays. Nieuwe literatuur. De schrijvers die met hem opgroeiden - twintigers, dertigers, veertigers en vijftigers van nu - namen elementen uit het werk van Canaponi, de Tandeloze Tijd en Homo Duplex, en verwerkten het tot nieuwe literatuur.

Lees in deze speciale Revisor poëzie van Marieke Rijneveld en proza van Wytske Versteeg, Christiaan Weijts, Lisa Weeda, Ivo Victoria, Rosan Hollak en Daan Heerma van Voss. De Oostenrijkse New Yorker Michael Orthofer, de drijvende kracht achter de site The Complete Review, is fan sinds Der Anwalt der Hähne, en hij verklaart waarom. Verder essayistiek van Jamal Ouariachi, Daan Stoffelsen en Marja Pruis, over de mogelijkheden van het onmogelijke, woordjes en haakjes, en de blik van de ander. En tussen dit alles, als bindend element, staat een romanfragment van Van der Heijden zelf, uit zijn aankomende De tandeloze tijd 7.

2791 kilometer

P = VRM². Pleuris-sterkte, verwijtbaarheid, relevantie, mediageniekheid. Een team van mannen en vrouwen berekent een situatie via de Wet van Pleuris. Ze zoeken aan de hand van getallen en een blik op sociale media en algemene berichtgeving uit of het erop of eronder is. Een man, Dirk, schuift zijn computer opzij, stopt zijn duim en wijsvinger tussen de dubbele Windsor knoop van zijn stropdas, geeft een ruk aan de stof en zegt: ‘Een crisis is meestal niet fysiek. Fysiek duurt niet zo lang. Een ramp vindt plaats er als er iets fysiek fout gaat.’ Dirk ververst een pagina op zijn computer door op de F5-knop te drukken. Met de vingers die hij net gebruikte om de stropdas losser te trekken, begint hij nu haastig aan dezelfde stof te futselen, net zo lang tot de hele knoop is losgemaakt. Hij loopt naar het whiteboard op wielen dat een half uur eerder de ruimte in is gerold door Kim, de stagiaire, en schrijft met een zwarte marker boven aan het bord in blokletters ‘Indexen voor verwijtbaarheid’.

11 November 2016

Julia Deck, Peter Terrin, Arnon Grunberg: de redactie las een kleine roman, begon aan een grote, en las de brieven van een beginnend groot talent.

*

Daan Stoffelsen: Julia Deck, Viviane Élisabeth Fauville

'Helemaal zeker weet u het niet, maar het komt u voor dat u vier of vijf uur geleden iets hebt gedaan wat u niet had mogen doen,' staat op de eerste pagina van Julia Decks kleine roman Viviane Élisabeth Fauville. U, een vrouw, moeder sinds twaalf weken, gescheiden, verhuisd, uw moeder is overleden of niet, hebt gisteren in Parijs uw psychoanalyticus vermoord. U, Viviane Élisabeth Fauville, wordt verhoord en vrijgelaten. U begint de andere verdachten - de echtgenote, de minnares, een jonge, mannelijke patiënt - te schaduwen, en u wordt opeens ik of je en dan weer u of wij. Dit is een schizofreen boekje rondom een fait divers, zomaar een moord in de krant. Er bestaan hele theorieën over het journalistieke genre, Roland Barthes heeft een essay 'Structure du fait divers' geschreven dat ik niet gelezen heb, dan weet u het wel, en Teju Cole heeft een reeks 'Small fates' geschreven, dan is het binnen 140 tekens én literatuur.

09 November 2016
‘Mijn geestelijke vermogens, of wat daar op dat moment van restte, worden gereduceerd tot één obsessieve gedachte: “Ik rust niet vóór ik hem dwars over die tafel heb gelegd”.’

— A.F.Th. aan Jean-Paul Franssens, 27 februari 1991, in een verslag van een vechtpartij tussen Van der Heijden en de eigenaar van een restaurant in de Kloksteeg in Leiden, op zaterdag 1 september 1990.

September is de wreedste maand, vooral in Leiden, waar ladingen nieuwe studenten hun toch al eindeloze zomers nog eens oprekken, in een feeststemming die des te pijnlijker is voor de rest van de stad, die zich dan weer plooit naar routines en vertrouwde ritmes. Het breukvlak, onzichtbaar onder elke studentenstad aanwezig, tussen de zwoegers en de vrijgestelde jeugd kwam begin september bloot te liggen, en Céline, op de fiets op weg van het Rapenburg – met een opblaasglijbaan tussen sociëteit Augustinus en de gracht – naar haar nieuwe baan in de Kloksteeg – met het terras van Barrera op de hoek, uitgelaten badend in een zee van namiddaglicht – raakte er nu pas van doordrongen dat ze tot de zwoegers was gaan behoren.
Van het ene op het andere moment was ze uit het studentenleven getuimeld, en nu moest zij haar eigen geld gaan verdienen, de baantjes aanpakken die zich aandienden. Vanavond was haar eerste werkdag in restaurant De Bisschop, dat net een nieuwe eigenaar had die, met een oproep op het raam geplakt, om personeel in de bediening had gevraagd. De kinderkopjes in de steeg drilden de velgen van haar te slappe banden. Aan het pand tegenover het restaurant hing, als een soort uithangbord, een bronzen klok en in de witte gevellijst was de tekst geschilderd: For whom the bell tolls.

09 November 2016

The 1997 German paperback of Advocaat van de hanen, published by Suhrkamp, is a memorable book, a fat canary-yellow volume, the cover image a rear view of three punks, two with extravagant cockscomb mohawks. They’ve tried several different covers for the book, but that’s the one that works, the one that caught my eye when it came out; I don’t know that I would have picked up the one with the picture of the crossarmed author staring back past me.
Advocaat van de hanen was not the first of A.F.Th. van der Heijden’s novels to appear in German, but it was the breakthrough work, and the first to come to my attention. I may have dimly recalled the enthusiastic reviews for the hardcover edition from two years earlier, in 1995, but it was new to me. The heft of the paperback – more than 600 pages –, the Suhrkamp imprimatur, the mix of establishment-lawyer and punks, the setting a provocative Amsterdam-scene I was unfamiliar with beyond media reports, and the magical-sounding author-name – only ‘van der Heijden’ on the cover – added up to more than enough to convince me. If I debated the purchase at all, it was only because this was billed as the fourth in a multi-volume novel cycle and, suspiciously, most of the rest was not available in German translation yet (the intermezzo Weerborstels had come out a few years earlier, while the first volume, Vallende ouders, had just appeared in hardcover; the prologue-volume, De slag om de Blauwbrug, wouldn’t appear until 2001). Affordable enough in paperback, I took the risk – and was quickly won over. Brimming over with excess, yet with the author so clearly in command of his material, it was a remarkable reading experience.

The 1997 German paperback of Advocaat van de hanen, published by Suhrkamp, is a memorable book, a fat canary-yellow volume, the cover image a rear view of three punks, two with extravagant cockscomb mohawks. They’ve tried several different covers fort he book, but that’s the one that works, the one that caught my eye when it came out; I don’t know that I would have picked up the one with the picture of the crossarmed author staring back past me. Advocaat van de hanen was not the first of A.F.Th. van der Heijden’s novels to appear in German, but it was the breakthrough work, and the first to come to my attention. I may have dimly recalled the enthusiastic reviews for the hardcover edition from two years earlier, in 1995, but it was new to me. The heft of the paperback– more than 600 pages –, the Suhrkamp imprimatur, the mix of establishment-lawyer and punks, the setting a provocative Amsterdam-scene I was unfamiliar with beyond media reports, and the magical-sounding author-name – only ‘van derHeijden’ on the cover – added up to more than enough to convince me. If I debated the purchase at all, it was only because this was billed as the fourth in a multi-volume novel cycle and, suspiciously, most of the rest was not available in German translationyet (the intermezzo Weerborstels had come out a few years earlier, while the first volume, Vallende ouders, had just appeared in hardcover; the prologue-volume, De slagom de Blauwbrug, wouldn’t appear until 2001). Affordable enough in paperback, I took the risk – and was quickly won over. Brimming over with excess, yet with the author so clearly in command of his material, it was a remarkable reading experience.

09 November 2016

Soms spreekt hij de namen voor zichzelf uit, zegt: ‘Ik.’ Slaat zichzelf als een zieke op de borst, begint opnieuw: ‘Ik ben Remond Patrizio Canaponi.’ De twee laatste namen zijn die van een maffioso en toen hij jong was zag hij voor zich hoe hij later langs de terrassen zou flaneren in een roomwit pak met strohoed. In die droom zouden de mensen zich naar voren buigen om hem aan te raken, zouden hem smeken om een nieuw boek – een verzoek waaraan hij glimlachend doch vastberaden zou weigeren te voldoen; alles was immers al geschreven en herhaling is de hel.
De wat aanstellerige namen zijn een nutteloze poging niet herkend te worden. Hij had iets anders kunnen kiezen, zoiets als Albert; hij had zijn ouderwetse, goed katholieke naam tot voorletters kunnen afkorten, zich achter initialen kunnen verbergen. Zelfs nu nog is hij verbaasd dat hij op het moment suprême hiervoor heeft gekozen. Onder zijn valse naam zit hij de straf uit die hij zichzelf op dag nul heeft opgelegd, klampt zich met tot vuisten gebalde stompjes van handen verbeten vast aan de giftige boezem van die helleveeg, het leven. Er is iets van hem gemaakt wat hij niet kan zijn; maar omdat hij niet kan, zal hij het wél zijn, zal hij zich naast zijn sterrenglobe keer op keer te pletter werpen op de muur van witte pagina’s.

09 November 2016

Het lint van zijn tikmachine liep steeds vast tegen het lijf van de dood, hij
vergat de manchetknopen, toonde de gaten in zijn mouwen aan kraai

die op bezoek kwam, tegenover hem ging zitten en keek naar zijn ogen die
klein als kersenpitten waren, pikte in een boterham die niet de vorm van

boterham had en hoe hij zich daar boos om maakte, net als over de
structuur van de nieuwe gastendoekjes die dunner waren en nog geen

water opnamen, wie er nu zijn handen aan had afgedroogd of zijn wangen,
kon dat niet meer ontkennen, maar kraai droogde er zijn verendek mee

af

09 November 2016

De gebreken

500 à 1000

Deze weken publiceren we vier zeer korte verhalen van Robin Kramer (1990), schrijver en redacteur. Zijn werk verscheen bij DeFusie, De Optimist, De Titaan, Liter en op Passionate Platform. We openen met 'De gebreken': 'Ik zoek naar wondjes, blauwe plekken, verkleuringen en verdachte moedervlekken. Meestal is haar lichaam nog warm en rood van de douche en is het moeilijk te zien.'

04 November 2016

Oliver Sacks, Willy Vlautin, Marja Pruis, Arjen Fortuin: de redactie las non-fictie, een roman en columns.

*

Thomas Heerma van Voss: Oliver Sacks, Musicophilia

Een boek waar ik tot kort nog nooit van gehoord had, maar zodra ik erover las, wist ik meteen: dit moet ik lezen. In Musicophilia gaat Oliver Sacks op zijn welbekende, wetenschappelijk onderbouwde en tegelijk toegankelijke wijze in op de relatie tussen het menselijk brein en muziek. De onderliggende vraag bij alle achtentwintig stukken in deze bundeling: hoe kan het dat zoiets strikt genomen overbodigs als muziek - het is niet nodig om voort te leven, er zijn mensen die hun hele leven geen noot vrijwillig horen - toch in alle culturen bestaat, en, belangrijker, in alle culturen bepaalde wetenschappelijk aantoonbare krachten heeft, en in directe zin invloed hebben op het lichamelijk functioneren.

Archief

Omhoog