» ga terug naar de website
Stichting De Revisor
Singel 262
1016 AC Amsterdam

020-5975421
info@revisor.nl

Daantje gaat op reis

Een jaar zonder roman

In een periode waarin ik niet aan een roman wil werken is het herlezen van Jeroen Brouwers’ Bezonken rood geen goed idee, want die kleine roman geeft altijd goeie ideeën. Het boek staat bekend als een kamp-roman, maar voor mij gaat het boek veel meer over een complexe moeder-zoon verhouding.

Lees verder...

Interview Leen de Graeve

Vijf debutanten in het komende Revisor-nummer

Komend nummer van De Revisor biedt ruimte aan een vijftal debutanten. We introduceren elk van hen door middel van een kort interview. Vandaag: Leen De Graeve, van wie het verhaal 'Het been' gepubliceerd zal worden.

Lees verder...

Een jonge verteller

Een jaar zonder roman

Op mijn site schreef ik in april een stukje over mijn zoon en over de scheiding tussen zijn moeder en ik. Ik vertel al die stukjes zelf en wilde de boosheid van mijn zoon laten zien, en aan het einde van het blog had ik vanzelf een metafoor te pakken.

Lees verder...

Autobiografische literatuur als uitdaging: Koch, Auster

Het objectieve subject

Dank & vervloekt, meneer Koch.

'Van een schrijver wil je eigenlijk niet weten hoe zijn adem ruikt. Of ook hij na twee keer blazen toch gewoon mee moet naar het bureau. Je wilt niet weten hoe zijn haar 's ochtends om halfacht zit, je bent niet wezenlijk geïnteresseerd in de exacte ingrediënten van zijn ontbijtje, in zijn vrouw, in het aantal kaarsen of roze gloeilampen op zijn schrijftafel - in zijn werkmethode, de uren die hij slapend of wakend of schrijvend doorbrengt.'

Precies mijn gevoel (met uitsluiting van die werkmethode). Het is een combinatie van gêne, ergernis (om de arrogantie, de gemakzucht om jezelf centraal te stellen) en ongemak. Het kan toch niet zo zijn dat schrijver, verteller en hoofdpersoon één zijn? Herman Koch verwoordt in zijn verhaal 'Schrijven & drinken' wat me tegenstaat aan autobiografisch proza. Het zal ten dele verklaren waarom ik delen van A.F.Th. van der Heijdens Tonio niet kon verteren (zie mijn stuk in De Revisor 2011-2), en waarom ik moeite had met het perspectief van Alsteins werk (eigen observaties, eigen familiegeschiedenis, zij het geen verhalen over hemzélf, wat het alleszins beter te verstouwen maakt), en met een groot deel van Kochs verhalen. Want bedankt voor de verwoording, meneer Koch, maar vervloekt dat u er dan vervolgens toch over uitweidt, over dat drankgebruik van u.

Lees verder...

Map 7

Een jaar zonder roman

Op de harde schijf van mijn laptop (en op een usb-stick, en her en der op mijn hotmail-account, back-ups) staan in een mapje dat ‘romans’ heet zeven andere mappen die allemaal een cijfer dragen, van 1 tot en met 7, en daarachter de titel van mijn eerste roman, tweede roman, derde… enzovoort. Op die manier staan de romans niet in alfabetische maar in chronologische volgorde. Map zeven heet simpelweg 7.

Lees verder...

De Revisor 1974 en 1976 bij de DBNL

Dienstmededeling: tot onze grote blijdschap zijn de eerste twee jaargangen van de gedigitaliseerde De Revisor nu gepubliceerd op DBNL.org. Jaargang 1 (1974), met bijdragen van Dirk Ayelt Kooiman, Jacob Groot, Tom van Deel, Jan Donkers, Rutger Kopland, Doeschka Meijsing, Henk Romijn Meijer, Gerrit Komrij, Willem Jan Otten. En jaargang 3 (1976), met naast bovenstaanden Witold Gombrowicz, Willem van Toorn, Gerrit Krol, Willem Brakman, Nicolaas Matsier. En veel meer. Aprilvoornemen: we duiken in de schatkist en leiden enkele van deze schatten in.

Lees verder...

Ezels

Achter de abonneemuur: tijdelijk en exclusief

We bieden onze abonnees tijdelijk grote fragmenten uit nieuwe boeken van auteurs die in De Revisor stonden: Laura Broekhuysen, Hans Groenewegen, Jan van Mersbergen, Daan Heerma van Voss, Victor Schiferli, Anton Valens, Bart Koubaa en nu Sanneke van Hassel. Ditmaal het verhaal 'Vijf miljard jaar' uit Van Hassels nieuwe verhalenbundel Ezels.

In Ezels maken we kennis met een Chinese loempiabakker en zijn stille liefde, met een moeder die alleen door Cornwall trekt en met een Amerikaanse op weg naar het Como-meer. Sanneke van Hassel haalt haar personages uit hun vertrouwde omgeving en stelt ze voor beslissende keuzes. Weggaan of blijven, de waarheid zeggen of liegen, vreemdgaan of trouw zijn – Van Hassel laat zien dat het maken of het ontlopen van een keuze vaak op hetzelfde neerkomt.

In haar nieuwe bundel schetst Sanneke van Hassel de menselijke soort met mildheid en verbazing – intussen de vraag openlatend wie de werkelijke ezels zijn.

Dit boek is te koop bij de webwinkels en Uitgeverij De Bezige Bij, maar ook bij de boekhandel bij u om de hoek. Onder andere bij de boekhandels Van Gennep, Van der Meer (Noordwijk), Verkaaik (Gouda), Athenaeum (Amsterdam, Haarlem), H. de Vries (Haarlem), Van der Meulen (Alkmaar), Feijn (Alkmaar), Deutekom (Heiloo), Plukker (Schagen), Nauta (Texel), Van der Velde (Leeuwarden), Binnert Overdiep (Heerenveen), Westerhof (Zwolle), Broekhuis (Enschede, Hengelo), Boek & Buro (Haaksbergen), Praamstra (Deventer), Nawijn & Polak (Apeldoorn), Van de Ven (Soest), Larense Boekhandel, Boekenark (Weesp), Manschot (Nieuwegein), Bert van der Heijden (Uden), Van Kemenade en Hollaers (Breda), Quist (Bergen op Zoom), De Drvkkery (Middelburg), De Vries (Zierikzee). En in de Selexyzwinkels Van Piere (Eindhoven), Scholtens (Groningen), Adr. Heinen ('s-Hertogenbosch), De Tille (Leeuwarden), Dominicanen (Maastricht) en Gianotten (Tilburg).

Lees verder...

Is dat geen werk?

Een jaar zonder roman

Het was zaterdagmiddag. Ik nam mijn kinderen mee naar het De Mirandabad. Ik kreeg een idee voor een roman, schreef dat idee op in mijn kleine zwarte Moleskine boekje dat ik altijd bij me heb maar waar ik verder nooit iets in terugkijk. Ik onthoud het wel. Het idee was er opeens, maar ik had me ergens in 2011 al voorgenomen om dit jaar niet aan een roman te werken.

Lees verder...

De Brooklynclub

Achter de abonneemuur: tijdelijk en exclusief

We bieden onze abonnees tijdelijk grote fragmenten uit nieuwe boeken van auteurs die in De Revisor stonden: Laura Broekhuysen, Hans Groenewegen, Jan van Mersbergen, Daan Heerma van Voss, Victor Schiferli, Anton Valens en nu Bart Koubaa. Achter de abonneemuur. Ditmaal de drie eerste hoofdstukken uit Bart Koubaa's De Brooklynclub.

In het midden van de jaren zestig richten drie Amerikaanse vrienden de Brooklynclub op. In een pakhuis langs de East River organiseren ze bloedige gevechten in een oude boksring. Nadat Mayer, een jonge vastgoedmakelaar, de grote liefde van een van de oprichters verkracht voor de ogen van de leden, is de ondergang van de club een feit.
Dertig jaar later wordt Mayers levenloze lichaam in zijn appartement teruggevonden. De vermoedelijke moordenaar wordt uiteindelijk opgepakt in Groenland en naar een gevangenis in Brooklyn overgebracht, waar hij nu al negen maanden op zijn proces zit te wachten.

Lees verder...

De Oudheid en het Vlaamse Boekenweekgeschenk

Het objectieve subject

Het gebeurt je toch, je ziet overeenkomsten, verbanden, samenhangen. Ook al lees je voor je lol, het potlood blijft tussen je vingers hangen. De actie in het voorlaatste Vlaamse Boekenweekgeschenk vindt op het platteland plaats, in een verbouwde boerderij, een 'gerestaureerde villa', in het nieuwste ook, in een 'fermette', maar een met ambitie, naar het voorbeeld van een haciënda, gebouwd met Boomse baksteen. En ook bij de mannen die hun vrouwen achterlaten in huizen die ze nooit gewild hebben, bij het landmetersbureau en de amateur-landmeter, bij de ijsblokjes in de whisky van de slechte vrouwen. Maar heeft het zin, dat potlood? Het is ongetwijfeld geen toeval dat Lanoye hier Claus echo't, maar komt dat door de klankkast van de literatuur of is het werkelijk betekenisvol? En doet dat ertoe?

Ik zet streepjes in Boekenweekgeschenken, maar waarvoor?

Lees verder...

Verbouwingen X

feuilleton

Peter Maes snoof de bosgeur op rekte zich uit en herkende het gezang van een koolmees. Het was een tijdje geleden dat hij het gehoord had. Er kwamen veel meer lage tonen in voor dan in de liedjes die de koolmezen in de stad zongen. Daar floten ze veel harder en hoger. Hij vond het meesje snel en bekeek het door zijn verrekijker: de zwarte kruin, de witte driehoekige wangvlekken en de brede zwarte band die midden over de gele borst loopt. Hij haalde een paar pinda’s uit zijn zak, legde ze op zijn hand en imiteerde de zang. Het vogeltje draaide zijn kopje een paar keer en stopte met zingen. Peter Maes hield zijn hand met de pindanoten gestrekt voor zich uit.

Lees verder...

Verbouwingen IX

feuilleton

Zijn vrouw vertrok met hun dochtertje naar haar moeder; hun oudste dochter hadden ze de keuze gelaten. Ze ging mee, ze kon het hem niet vergeven dat hij haar zusje had geslagen. ‘Schrijf je boekje maar over inleving en empathie, mooie praatjes, kinderboeken met clichéhumanisme,’ had ze in een opwelling geroepen. Hij wist dat ze gelijk had. Wat was zijn boek over empathie en moraal bij vogels waard als hij zelf een smeerlap was? Wat was zijn werk nog waard? Hij was niet de eenogige kraai die het koolmeesje had gered, hij had het weerloze meesje een klap gegeven, dat was zijn werkelijkheid en die was ondraaglijk omdat hij zichzelf niet kende, omdat hij zichzelf niet kon kennen.

Lees verder...

Archief: De schoonheid van de witregel

Gerrit Krol, wiens werk vanaf het zesde nummer van 1974 tot het tweede van 2005 regelmatig in dit tijdschrift terug te vinden was, schreef in 1985 een stuk over witregels, dat al met instemming geciteerd is op deze site. We mogen het hernemen op Revisor.nl. Over een verschijnsel 'dat in de literatuur even normaal is als bijzonder - als je je rekenschap geeft van de overwegingen waardoor een schrijver zich laat leiden op het moment dat hij, al schrijvend, een regel overslaat'.

Lees verder...

De verteller, de deur, de sleutel

Het objectieve subject

Zo kan het beginnen.

'De herder wil altijd met zijn neus voor de andere drie hondenneuzen uit. Hij trekt het hardste aan zijn riem. Ze draagt een zwart regenjack met de capuchon op tegen de regen. De dieren zijn niet van haar, dat merk je aan hoe ze met ze loopt en hoe de lijnen steeds in elkaar verstrikt raken. Ik heb haar al vaker met ze zien lopen langs het weiland.'

Maar daar kan het niet bij blijven, en daar blijft het niet bij. Dit meisje heeft voor elke hond een sleutel tot andermans huis, tot andermans levens. Met hetzelfde uitgangspunt als Elmer Schönbergers Vuursteens vleugels loopt dit verhaal uit in een stiekeme vervreemdingssessie à la Amélie. Maar wie is die 'ik'? Misschien dezelfde persoon als 'je', iemand die al uit het vage 'hoe ze loopt' iets op kan maken, iemand die toekijkt met een scherpe blik. Maar wat doet die iemand in het verhaal van de honden en het meisje?

Er dringt zich een verteller op in Sara Kroos fictiedebuut Doorkijk (2011), in bijna alle verhalen in de bundel. Iemand kijkt door de vitrage naar binnen, iemand ziet een Marokkaanse in een viskraam, een stel zestigers op een terras, iemand gebruikt zijn observaties om zich in iemand in te leven, en er iets meer van te maken. Maar waarom telkens de sleutel en de deur vermelden als je zó naar binnen kunt stappen?

Omdat dat de grap grappiger maakt? Ik kom erop terug. Ik las de afgelopen weken ook een debuut uit 2010, van Daphne Huisden, Alles is altijd fictie. In de proloog staat 'Alles is ingevuld. Binnen de lijntjes. Laat ik een verhaal maken. Laten we een spel spelen', en vanaf de volgende pagina is er een ik, je denkt dezelfde ik, maar het blijkt een andere ik, en blijkbaar geldt de titel ook bínnen het verhaal.

Over vertellers en sleutels, binnen en buiten, fictie en wat klopt.

Lees verder...

Daantje gaat op reis

Een jaar zonder roman

In een periode waarin ik niet aan een roman wil werken is het herlezen van Jeroen Brouwers’ Bezonken rood geen goed idee, want die kleine roman geeft altijd goeie ideeën. Het boek staat bekend als een kamp-roman, maar voor mij gaat het boek veel meer over een complexe moeder-zoon verhouding.

Lees verder...

Interview Leen de Graeve

Vijf debutanten in het komende Revisor-nummer

Komend nummer van De Revisor biedt ruimte aan een vijftal debutanten. We introduceren elk van hen door middel van een kort interview. Vandaag: Leen De Graeve, van wie het verhaal 'Het been' gepubliceerd zal worden.

Lees verder...

Een jonge verteller

Een jaar zonder roman

Op mijn site schreef ik in april een stukje over mijn zoon en over de scheiding tussen zijn moeder en ik. Ik vertel al die stukjes zelf en wilde de boosheid van mijn zoon laten zien, en aan het einde van het blog had ik vanzelf een metafoor te pakken.

Lees verder...

Autobiografische literatuur als uitdaging: Koch, Auster

Het objectieve subject

Dank & vervloekt, meneer Koch.

'Van een schrijver wil je eigenlijk niet weten hoe zijn adem ruikt. Of ook hij na twee keer blazen toch gewoon mee moet naar het bureau. Je wilt niet weten hoe zijn haar 's ochtends om halfacht zit, je bent niet wezenlijk geïnteresseerd in de exacte ingrediënten van zijn ontbijtje, in zijn vrouw, in het aantal kaarsen of roze gloeilampen op zijn schrijftafel - in zijn werkmethode, de uren die hij slapend of wakend of schrijvend doorbrengt.'

Precies mijn gevoel (met uitsluiting van die werkmethode). Het is een combinatie van gêne, ergernis (om de arrogantie, de gemakzucht om jezelf centraal te stellen) en ongemak. Het kan toch niet zo zijn dat schrijver, verteller en hoofdpersoon één zijn? Herman Koch verwoordt in zijn verhaal 'Schrijven & drinken' wat me tegenstaat aan autobiografisch proza. Het zal ten dele verklaren waarom ik delen van A.F.Th. van der Heijdens Tonio niet kon verteren (zie mijn stuk in De Revisor 2011-2), en waarom ik moeite had met het perspectief van Alsteins werk (eigen observaties, eigen familiegeschiedenis, zij het geen verhalen over hemzélf, wat het alleszins beter te verstouwen maakt), en met een groot deel van Kochs verhalen. Want bedankt voor de verwoording, meneer Koch, maar vervloekt dat u er dan vervolgens toch over uitweidt, over dat drankgebruik van u.

Lees verder...

Map 7

Een jaar zonder roman

Op de harde schijf van mijn laptop (en op een usb-stick, en her en der op mijn hotmail-account, back-ups) staan in een mapje dat ‘romans’ heet zeven andere mappen die allemaal een cijfer dragen, van 1 tot en met 7, en daarachter de titel van mijn eerste roman, tweede roman, derde… enzovoort. Op die manier staan de romans niet in alfabetische maar in chronologische volgorde. Map zeven heet simpelweg 7.

Lees verder...

De Revisor 1974 en 1976 bij de DBNL

Dienstmededeling: tot onze grote blijdschap zijn de eerste twee jaargangen van de gedigitaliseerde De Revisor nu gepubliceerd op DBNL.org. Jaargang 1 (1974), met bijdragen van Dirk Ayelt Kooiman, Jacob Groot, Tom van Deel, Jan Donkers, Rutger Kopland, Doeschka Meijsing, Henk Romijn Meijer, Gerrit Komrij, Willem Jan Otten. En jaargang 3 (1976), met naast bovenstaanden Witold Gombrowicz, Willem van Toorn, Gerrit Krol, Willem Brakman, Nicolaas Matsier. En veel meer. Aprilvoornemen: we duiken in de schatkist en leiden enkele van deze schatten in.

Lees verder...

Ezels

Achter de abonneemuur: tijdelijk en exclusief

We bieden onze abonnees tijdelijk grote fragmenten uit nieuwe boeken van auteurs die in De Revisor stonden: Laura Broekhuysen, Hans Groenewegen, Jan van Mersbergen, Daan Heerma van Voss, Victor Schiferli, Anton Valens, Bart Koubaa en nu Sanneke van Hassel. Ditmaal het verhaal 'Vijf miljard jaar' uit Van Hassels nieuwe verhalenbundel Ezels.

In Ezels maken we kennis met een Chinese loempiabakker en zijn stille liefde, met een moeder die alleen door Cornwall trekt en met een Amerikaanse op weg naar het Como-meer. Sanneke van Hassel haalt haar personages uit hun vertrouwde omgeving en stelt ze voor beslissende keuzes. Weggaan of blijven, de waarheid zeggen of liegen, vreemdgaan of trouw zijn – Van Hassel laat zien dat het maken of het ontlopen van een keuze vaak op hetzelfde neerkomt.

In haar nieuwe bundel schetst Sanneke van Hassel de menselijke soort met mildheid en verbazing – intussen de vraag openlatend wie de werkelijke ezels zijn.

Dit boek is te koop bij de webwinkels en Uitgeverij De Bezige Bij, maar ook bij de boekhandel bij u om de hoek. Onder andere bij de boekhandels Van Gennep, Van der Meer (Noordwijk), Verkaaik (Gouda), Athenaeum (Amsterdam, Haarlem), H. de Vries (Haarlem), Van der Meulen (Alkmaar), Feijn (Alkmaar), Deutekom (Heiloo), Plukker (Schagen), Nauta (Texel), Van der Velde (Leeuwarden), Binnert Overdiep (Heerenveen), Westerhof (Zwolle), Broekhuis (Enschede, Hengelo), Boek & Buro (Haaksbergen), Praamstra (Deventer), Nawijn & Polak (Apeldoorn), Van de Ven (Soest), Larense Boekhandel, Boekenark (Weesp), Manschot (Nieuwegein), Bert van der Heijden (Uden), Van Kemenade en Hollaers (Breda), Quist (Bergen op Zoom), De Drvkkery (Middelburg), De Vries (Zierikzee). En in de Selexyzwinkels Van Piere (Eindhoven), Scholtens (Groningen), Adr. Heinen ('s-Hertogenbosch), De Tille (Leeuwarden), Dominicanen (Maastricht) en Gianotten (Tilburg).

Lees verder...

Is dat geen werk?

Een jaar zonder roman

Het was zaterdagmiddag. Ik nam mijn kinderen mee naar het De Mirandabad. Ik kreeg een idee voor een roman, schreef dat idee op in mijn kleine zwarte Moleskine boekje dat ik altijd bij me heb maar waar ik verder nooit iets in terugkijk. Ik onthoud het wel. Het idee was er opeens, maar ik had me ergens in 2011 al voorgenomen om dit jaar niet aan een roman te werken.

Lees verder...

De Brooklynclub

Achter de abonneemuur: tijdelijk en exclusief

We bieden onze abonnees tijdelijk grote fragmenten uit nieuwe boeken van auteurs die in De Revisor stonden: Laura Broekhuysen, Hans Groenewegen, Jan van Mersbergen, Daan Heerma van Voss, Victor Schiferli, Anton Valens en nu Bart Koubaa. Achter de abonneemuur. Ditmaal de drie eerste hoofdstukken uit Bart Koubaa's De Brooklynclub.

In het midden van de jaren zestig richten drie Amerikaanse vrienden de Brooklynclub op. In een pakhuis langs de East River organiseren ze bloedige gevechten in een oude boksring. Nadat Mayer, een jonge vastgoedmakelaar, de grote liefde van een van de oprichters verkracht voor de ogen van de leden, is de ondergang van de club een feit.
Dertig jaar later wordt Mayers levenloze lichaam in zijn appartement teruggevonden. De vermoedelijke moordenaar wordt uiteindelijk opgepakt in Groenland en naar een gevangenis in Brooklyn overgebracht, waar hij nu al negen maanden op zijn proces zit te wachten.

Lees verder...

De Oudheid en het Vlaamse Boekenweekgeschenk

Het objectieve subject

Het gebeurt je toch, je ziet overeenkomsten, verbanden, samenhangen. Ook al lees je voor je lol, het potlood blijft tussen je vingers hangen. De actie in het voorlaatste Vlaamse Boekenweekgeschenk vindt op het platteland plaats, in een verbouwde boerderij, een 'gerestaureerde villa', in het nieuwste ook, in een 'fermette', maar een met ambitie, naar het voorbeeld van een haciënda, gebouwd met Boomse baksteen. En ook bij de mannen die hun vrouwen achterlaten in huizen die ze nooit gewild hebben, bij het landmetersbureau en de amateur-landmeter, bij de ijsblokjes in de whisky van de slechte vrouwen. Maar heeft het zin, dat potlood? Het is ongetwijfeld geen toeval dat Lanoye hier Claus echo't, maar komt dat door de klankkast van de literatuur of is het werkelijk betekenisvol? En doet dat ertoe?

Ik zet streepjes in Boekenweekgeschenken, maar waarvoor?

Lees verder...

Verbouwingen X

feuilleton

Peter Maes snoof de bosgeur op rekte zich uit en herkende het gezang van een koolmees. Het was een tijdje geleden dat hij het gehoord had. Er kwamen veel meer lage tonen in voor dan in de liedjes die de koolmezen in de stad zongen. Daar floten ze veel harder en hoger. Hij vond het meesje snel en bekeek het door zijn verrekijker: de zwarte kruin, de witte driehoekige wangvlekken en de brede zwarte band die midden over de gele borst loopt. Hij haalde een paar pinda’s uit zijn zak, legde ze op zijn hand en imiteerde de zang. Het vogeltje draaide zijn kopje een paar keer en stopte met zingen. Peter Maes hield zijn hand met de pindanoten gestrekt voor zich uit.

Lees verder...

Verbouwingen IX

feuilleton

Zijn vrouw vertrok met hun dochtertje naar haar moeder; hun oudste dochter hadden ze de keuze gelaten. Ze ging mee, ze kon het hem niet vergeven dat hij haar zusje had geslagen. ‘Schrijf je boekje maar over inleving en empathie, mooie praatjes, kinderboeken met clichéhumanisme,’ had ze in een opwelling geroepen. Hij wist dat ze gelijk had. Wat was zijn boek over empathie en moraal bij vogels waard als hij zelf een smeerlap was? Wat was zijn werk nog waard? Hij was niet de eenogige kraai die het koolmeesje had gered, hij had het weerloze meesje een klap gegeven, dat was zijn werkelijkheid en die was ondraaglijk omdat hij zichzelf niet kende, omdat hij zichzelf niet kon kennen.

Lees verder...

Archief: De schoonheid van de witregel

Gerrit Krol, wiens werk vanaf het zesde nummer van 1974 tot het tweede van 2005 regelmatig in dit tijdschrift terug te vinden was, schreef in 1985 een stuk over witregels, dat al met instemming geciteerd is op deze site. We mogen het hernemen op Revisor.nl. Over een verschijnsel 'dat in de literatuur even normaal is als bijzonder - als je je rekenschap geeft van de overwegingen waardoor een schrijver zich laat leiden op het moment dat hij, al schrijvend, een regel overslaat'.

Lees verder...

De verteller, de deur, de sleutel

Het objectieve subject

Zo kan het beginnen.

'De herder wil altijd met zijn neus voor de andere drie hondenneuzen uit. Hij trekt het hardste aan zijn riem. Ze draagt een zwart regenjack met de capuchon op tegen de regen. De dieren zijn niet van haar, dat merk je aan hoe ze met ze loopt en hoe de lijnen steeds in elkaar verstrikt raken. Ik heb haar al vaker met ze zien lopen langs het weiland.'

Maar daar kan het niet bij blijven, en daar blijft het niet bij. Dit meisje heeft voor elke hond een sleutel tot andermans huis, tot andermans levens. Met hetzelfde uitgangspunt als Elmer Schönbergers Vuursteens vleugels loopt dit verhaal uit in een stiekeme vervreemdingssessie à la Amélie. Maar wie is die 'ik'? Misschien dezelfde persoon als 'je', iemand die al uit het vage 'hoe ze loopt' iets op kan maken, iemand die toekijkt met een scherpe blik. Maar wat doet die iemand in het verhaal van de honden en het meisje?

Er dringt zich een verteller op in Sara Kroos fictiedebuut Doorkijk (2011), in bijna alle verhalen in de bundel. Iemand kijkt door de vitrage naar binnen, iemand ziet een Marokkaanse in een viskraam, een stel zestigers op een terras, iemand gebruikt zijn observaties om zich in iemand in te leven, en er iets meer van te maken. Maar waarom telkens de sleutel en de deur vermelden als je zó naar binnen kunt stappen?

Omdat dat de grap grappiger maakt? Ik kom erop terug. Ik las de afgelopen weken ook een debuut uit 2010, van Daphne Huisden, Alles is altijd fictie. In de proloog staat 'Alles is ingevuld. Binnen de lijntjes. Laat ik een verhaal maken. Laten we een spel spelen', en vanaf de volgende pagina is er een ik, je denkt dezelfde ik, maar het blijkt een andere ik, en blijkbaar geldt de titel ook bínnen het verhaal.

Over vertellers en sleutels, binnen en buiten, fictie en wat klopt.

Lees verder...

Verbouwingen VIII

feuilleton

Peter Maes had zich laten vervangen door een collega op het congres in Lissabon. Hij had er wel naar uitgekeken zijn zoon te zien en samen een paar biertjes te drinken, maar de werkelijkheid hield hem in bed. De dokter had hem iets voorgeschreven om te kalmeren, maar Peter Maes werd niet kalm, hij mocht dan wel in bed liggen maar binnenin werd hij geplaagd door beelden die hem vreemd leken, beelden waarvan hij walgde en die hij nooit gezien zou hebben als firma Fiksal zijn huis niet had bezet, hun nest, zoals zijn vrouw het zei.

Hij had van een van de werklieden vernomen dat de aannemer in de hiel van Italië, vlakbij de Adriatische zee een villa met een zwembad aan het bouwen was. Hij tikte de naam van het dorpje in… en plots werd zijn machteloosheid een vraag… of hij iemand zou kunnen vermoorden. Lang hoefde hij er niet over na te denken. Niet dat hij het graag zou doen, maar nu stond hij met zijn rug tegen de muur en besefte dat onderhandelen geen enkele zin meer had. Het ging er niet over of hij het recht had iemand te vermoorden, dat had niemand, het ging om overleven, of - alweer dat nobel instinct - om valsspelers uit te schakelen.

Lees verder...

Het Boek Ont

Achter de abonneemuur: tijdelijk en exclusief

We bieden onze abonnees tijdelijk grote fragmenten uit nieuwe boeken van auteurs die in De Revisor stonden: Laura Broekhuysen, Hans Groenewegen, Jan van Mersbergen, Daan Heerma van Voss, Victor Schiferli en nu Anton Valens. Achter de abonneemuur. Ditmaal een groot hoofdstuk uit Het boek Ont, het vijfde boek van Anton Valens.

Met de overgang van de gulden naar de euro breekt voor Isebrand Schut de financiële ijstijd aan. Na oneervol ontslag als callcentermedewerker probeert hij zijn leven op de rit te krijgen door een zelfhulpgroep op te richten. De ambities van de leden van Man&Post strekken echter verder dan het saneren van hun administratie: de Limburger Jean-Luc wil van de wietplantage in zijn woonkamer af, de psychiatrisch verpleegkundige Sylvio probeert als vj naam te maken in het Groninger uitgaanscircuit en de voorman Ebel Formsma staat op de bres voor de ondergrondse toiletten op de Grote Markt.

Wanneer de flamboyante en bemiddelde organisatieadviseur Meckering uit Nieuw-Buinen zich bij de groep meldt, wordt Isebrand uit zijn inertie getild. Meckering, met zijn fenomenaal onnavolgbare redeneerkunst, neemt hem mee op een lange reis naar de oorsprong van het voorvoegsel 'ont'.

Het Boek Ont is een bij vlagen hilarische, bloedmooi geschreven roman waar het talent van Anton Valens van elke pagina af spat. Man&Post is een onvergetelijke vriendenclub.

Ook bij Uitgeverij Augustus en Athenaeum Boekhandel zijn fragmenten te lezen uit het boek. Het is te koop bij Athenaeum in Amsterdam en Haarlem, eveneens in Amsterdam bij Selexyz Scheltema en Van Rossum, en verder in Noord-Holland bij Van der Meulen (Alkmaar), Deutekom (Heiloo) en Stevens (Hoofddorp). En bij boekhandels BoekenArk (Weesp), Selexyz Scholtens (Groningen), Selexyz De Tille (Leeuwarden), Daan Nijman (Roden), Binnert Overdiep (Heerenveen), Westerhof (Zwolle), Broekhuis (Almelo, Hengelo, Enschede), Praamstra (Deventer), Nawijn & Polak (Apeldoorn), Boek en Buro (Zevenaar, Haaksbergen, Zutphen, Ede, Doesburg, Doetinchem), Hijman & Arends (Arnhem), Kniphorst (Wageningen), Arentsen (Tiel), Van Dinter (Boxmeer), Bert van der Heijden (Uden), Van Kemenade & Hollaers (Breda), Priem (Valkenswaard), Selexyz Kooyker (Leiden), Van der Meer (Noordwijk), Verkaaik (Gouda), Quist (Bergen op Zoom) De Vries (Zierikzee), De Koperen Tuin (Goes), De Drvkkery. (Middelburg, Vlissingen).

Lees verder...

Verbouwingen VII

feuilleton

Op een gegeven moment zaten er tien vreemde mannen in zijn huis; twee waren in de nieuwe zolderkamer een metalen constructie aan het plaatsen terwijl in de keuken drie kerels de valse wanden en valse plafonds aan het uitbreken waren waarachter oude en onverantwoorde leidingen liepen. Die leidingen werden door twee loodgieters weggehaald en vervangen. Ondertussen liep Peter Maes met een elektricien rond om te kijken waar de verlichting, de nieuwe stopcontacten en de internetaansluiting moest komen. Hij had frisdrank en chocoladewafels gehaald voor de mannen en buiten twee kratten bier gezet, voor na het werk.

Lees verder...

Hermans, Enter, witregels

Het objectieve subject

'Maar je kunt Enter natuurlijk niet lezen zonder Hermans te kennen,' zei mijn collega tegen me.
'Natuurlijk.'

Maar toen was mijn recensie al af. Ik had niets opgepikt van Hermansreferenties, behalve het expliciete 'Lotte, die Nooit meer slapen in haar rugzak had, verklaarde Alfred Issendorf tot aansteller en mietje'. Logisch, we hiken door Noors territorium, en Lotte is allesbehalve een mietje in Grip. Maar ik had dus enorm veel gemist?!

Ik ben gaan herlezen, en moest erkennen dat Hermans' Noorse roman wel erg goed was. En dat hij uiterst vaardig is met witregels. En dat zijn eerste zin fenomenaal is. Maar of hij me nu zoveel helpt bij het begrijpen van Enter? Over witregels, perspectieven, vergelijken, en de nonsens van beïnvloeding.

Lees verder...

Verbouwingen VI

Ze bestelden tegels met vijftig verschillende motieven, sommige hadden twee kleuren, andere drie of vier. Samen hadden ze een paar avonden een plan van de vloer gepuzzeld met kleine papieren kopietjes van de tegels; er mochten geen zelfde tegels naast elkaar komen of in de zelfde rij liggen, het was een hele wiskundige oefening. De man die de vloer ging leggen bestudeerde de oude vloer en zei dat hij hierop geen Marokkaanse tegels kon lijmen, de oude tegels moesten eruit, vervolgens konden ze de tegels in de cement leggen, dat zou het mooist zijn, in de cement. Peter Maes brak zelf de oude tegels uit en stapelde ze samen met zijn dochters op het terras naast de tuinstoelen.

Lees verder...

Dromen van Schalkwijk

Achter de abonneemuur: tijdelijk en exclusief

We bieden onze abonnees tijdelijk grote fragmenten uit nieuwe boeken van auteurs die in De Revisor stonden: Laura Broekhuysen, Hans Groenewegen, Jan van Mersbergen, Daan Heerma van Voss, en nu Victor Schiferli. Achter de abonneemuur. Ditmaal een groot fragment uit Dromen van Schalkwijk, het romandebuut voor de dichter die in het tweede halfjaarboek van 2011 publiceerde.

Haarlem, begin jaren tachtig. Felix Swammerdam woont met zijn moeder en streng-religieuze stiefvader op een flat in Schalkwijk. Op school sluit hij vriendschap met David Bergman van de veelbelovende band New Dark Age. Muziek is voor hen het enige wat telt, daarbij koestert Felix een allesverslindende verliefdheid voor Charlotte – maar hij is niet de enige.

Dromen van Schalkwijk is het verhaal van een zoektocht naar een eigen plek in de wereld, tegen de roesverwekkende achtergrond van alcohol, drugs en heel veel popmuziek.

Victor Schiferli (1967) publiceerde drie dichtbundels: Aan een open raam, Verdwenen obers en Toespraak in een struik. Dromen van Schalkwijk is zijn romandebuut.

  • Liefdevol en melancholiek portret van een jeugd in de jaren tachtig. – Peter Buwalda over Dromen van Schalkwijk
  • Schiferli heeft, als het om het scherp tussen droom en werkelijkheid gaat, heel wat illusies in de hoge hoed. Hij grossiert in verrassende beelden. – NRC Handelsblad

Lees verder...

Verbouwingen V

Firma Fiksal had woord gehouden: binnen een week stond het nieuwe dak op het huis met de dakkapel waarin de vier ramen gingen komen en het gat voor het raam aan de andere kant waarin inderdaad de torens van Gent gevangen zaten. Hij stond boven als een keizer te genieten van het uitzicht; hij telde elf kerktorens, zag een blauwe reiger in een treurwilg landen en het vijvertje van het park waarop een dun laagje ijs lag. Hij zag het al helemaal voor zich: hier zou hij werken en kijken en zijn vrouw uitkleden.
De volgende dag werden de ramen er ingezet; alweer een staaltje efficiëntie. Konden ze op de universiteit maar zo werken, kwam het in hem op. Hij vroeg aan de ploegbaas wanneer ze met het plakwerk boven zouden kunnen beginnen.

Lees verder...

Archief: Beer en Jager

Afgelopen maandag overleed Doeschka Meijsing (1947-2012). Ze droeg zeer actief bij aan dit tijdschrift in de beginjaren ervan, maar deze archiefvondst is uit 1985 (nummer 5), een fragment dat later zou terugkomen in Meijsings boek Beer en Jager (1988).

Lees verder...