31 januari verzorgde BNG Nieuwe Literatuurprijswinnaar en Revisor-redacteur Jan van Mersbergen de eerste Revisorlunchlezing bij Spui25, over Vasteloavend, leedjes en Naar de overkant van de nacht. Registratie, in drie delen.
Het glas bier gaat rond, om beurten nemen ze een slok en na elke slok wordt het niveau weer aangevuld met wodka, tot het glas gevuld is met pure wodka.
Er wordt vaak geklaagd over de ongeloofwaardigheid van romans en daar kan ik inkomen, maar nu ik met deze roman mijn leven op de voet gevolgd heb, kan ik met de hand op mijn hart verzekeren dat niets zo ongeloofwaardig is als het leven.
Uitgerekend in deze jaren legde Achille van den Branden de grondslag van een opzienbarende leesvaardigheid, die hij tot de perfectie zou weten op te voeren en die hem wereldberoemd zou maken.
Die dag hoort Natalie van op de overloop van het huis, dat de hele vroege morgen rustig is geweest, buiten de naam van Deedee; zij wacht niet eens af om te luisteren hoe of wat, het is voldoende dat het iets met Deedee te maken heeft, iets omtrent Deedee, in de buurt, ongeveer vlakbij, in ieder geval aangaande: Deedee, en zij sukkelt onmiddelijk naar de trap.
Wat een gift, wat een raadsel hoe je al die tijd alles paraat had - maar er zelden naar omkeek, vluchtig soms als naar een foto die je eens van een vergezicht had gemaakt; en dat je herinnering bedolven raakte onder knisperende laagjes nieuwe gebeurtenissen, boordevol mensen en vakanties en boeken en oudjaarvieringen en omwintelingen in de wereld en dat nu, domweg door Martins uitnodiging in te gaan en in een trein te stappen, een bries opstak die alle opgetaste tijd wegblies en je toonde dat het daaronder fris en levend bleek als twintig jaar geleden.
Het vallen van de bladeren, de Zuidwestenwind die de boomen aan den Veerschenweg nog meer had doen krommen naar het Noordoosten, die 't klokkenspel van Lange Jan in flarden had gewaaid, die den toren had doen zwiepen en trillen, bang onder de zwarte wolken, ik had ze dan eindelijk in bank en zilver omgezet en daar zat ik en keek er naar, naar mijn eigen geld, 't geld daar je op aan kunt, dat je nooit bedriegt en nooit in de steek laat.
Ik zat in mijn studeerkamer en was bezig aan mijn boek over de zelfmoord als sexuele afwijking, toen het dienstmeisje kwam melden, dat er iemand voor mij buiten stond.
Ik was zelf al een aardig eindje in Madame Bovary bezig - via La Petite Hutte van Roussin, waarmee je moeiteloos achter die hele gefrustreerde geparfumeerde ohlala-sexualiteit van die Fransen kwam - toen ik Anna pas tot naakt poseren kreeg.
Maar wanneer ik achterover ga liggen en mij uitstrek voel ik opeens weer het warme hout in mijn rug en tegen de achterkant van mijn benen, alsof die warmte daar al jaren op mij is blijven wachten.
En mossieu colson van tminnesterie, die noot iets zegt, zegt nu: ik schud het hoofd want uw boek zal een wereld zijn, zal 100 werelden zijn, maar vanzelfsprekend zult ge moeten zeggen dat al die dingen 1 grote leugen zijn van het begin tot het einde: zeg bijvoorbeeld dat ge verbaasd staat over uw eigen verbeeldingskracht die u dat alles uit uw duim doet zuigen, en dat ge iedereen die u een proces wil aandoen de kop zult inslaan, want dat ge een dingen zijt… om het even… maar een verwittigde man is er 2 waard.
Met zijn gezicht naar de fjord, staat de bedwinger van de Zuidpool over het water te turen en naar de zwarte bergen aan de overkant, waar zelfs nu nog witte strepen sneeuw op liggen.
Toegeworpen werden ze me, door een Onzichtbare Hand, de hand van een of andere Hogere Rukker met gevoel voor nostalgie; in de schoot geworpen werden ze me, die twee schatten, die twee-eenheid, precies in het midden gescheiden door wat hen onverbrekelijk verenigde.
Mocht ik om de een of andere reden mijn spraak of, God behoede mij, mijn schrift verder verliezen, dan zal ik de raad van mijn overgrootmoeder opvolgen en drie dagen na elkaar drie druppels bloed van een ezelinnenoor in een aardbeiendrank roeren en in één keer naar binnen kappen.
Het is erg moeilijk om iets te voelen nu er een vrouw achter hem staat die, zo lief en aanhalig als ze is, zijn bloed wel kan drinken maar dat nooit aan zichzelf zal toegeven.
Weet je wat, ik vertel je nog eens, en nu tot in detail, het verhaal van hoe we onze hond hebben leren dansen, nu ja, geprobeerd, want alles eindigde voortijdig in een tragedie, of, als je zo’n mislukking om te lachen vindt, komedie.
31 januari verzorgde BNG Nieuwe Literatuurprijswinnaar en Revisor-redacteur Jan van Mersbergen de eerste Revisorlunchlezing bij Spui25, over Vasteloavend, leedjes en Naar de overkant van de nacht. Registratie, in drie delen.
Het glas bier gaat rond, om beurten nemen ze een slok en na elke slok wordt het niveau weer aangevuld met wodka, tot het glas gevuld is met pure wodka.
Er wordt vaak geklaagd over de ongeloofwaardigheid van romans en daar kan ik inkomen, maar nu ik met deze roman mijn leven op de voet gevolgd heb, kan ik met de hand op mijn hart verzekeren dat niets zo ongeloofwaardig is als het leven.
Uitgerekend in deze jaren legde Achille van den Branden de grondslag van een opzienbarende leesvaardigheid, die hij tot de perfectie zou weten op te voeren en die hem wereldberoemd zou maken.
Die dag hoort Natalie van op de overloop van het huis, dat de hele vroege morgen rustig is geweest, buiten de naam van Deedee; zij wacht niet eens af om te luisteren hoe of wat, het is voldoende dat het iets met Deedee te maken heeft, iets omtrent Deedee, in de buurt, ongeveer vlakbij, in ieder geval aangaande: Deedee, en zij sukkelt onmiddelijk naar de trap.
Wat een gift, wat een raadsel hoe je al die tijd alles paraat had - maar er zelden naar omkeek, vluchtig soms als naar een foto die je eens van een vergezicht had gemaakt; en dat je herinnering bedolven raakte onder knisperende laagjes nieuwe gebeurtenissen, boordevol mensen en vakanties en boeken en oudjaarvieringen en omwintelingen in de wereld en dat nu, domweg door Martins uitnodiging in te gaan en in een trein te stappen, een bries opstak die alle opgetaste tijd wegblies en je toonde dat het daaronder fris en levend bleek als twintig jaar geleden.
Het vallen van de bladeren, de Zuidwestenwind die de boomen aan den Veerschenweg nog meer had doen krommen naar het Noordoosten, die 't klokkenspel van Lange Jan in flarden had gewaaid, die den toren had doen zwiepen en trillen, bang onder de zwarte wolken, ik had ze dan eindelijk in bank en zilver omgezet en daar zat ik en keek er naar, naar mijn eigen geld, 't geld daar je op aan kunt, dat je nooit bedriegt en nooit in de steek laat.
Ik zat in mijn studeerkamer en was bezig aan mijn boek over de zelfmoord als sexuele afwijking, toen het dienstmeisje kwam melden, dat er iemand voor mij buiten stond.
Ik was zelf al een aardig eindje in Madame Bovary bezig - via La Petite Hutte van Roussin, waarmee je moeiteloos achter die hele gefrustreerde geparfumeerde ohlala-sexualiteit van die Fransen kwam - toen ik Anna pas tot naakt poseren kreeg.
Maar wanneer ik achterover ga liggen en mij uitstrek voel ik opeens weer het warme hout in mijn rug en tegen de achterkant van mijn benen, alsof die warmte daar al jaren op mij is blijven wachten.
En mossieu colson van tminnesterie, die noot iets zegt, zegt nu: ik schud het hoofd want uw boek zal een wereld zijn, zal 100 werelden zijn, maar vanzelfsprekend zult ge moeten zeggen dat al die dingen 1 grote leugen zijn van het begin tot het einde: zeg bijvoorbeeld dat ge verbaasd staat over uw eigen verbeeldingskracht die u dat alles uit uw duim doet zuigen, en dat ge iedereen die u een proces wil aandoen de kop zult inslaan, want dat ge een dingen zijt… om het even… maar een verwittigde man is er 2 waard.
Met zijn gezicht naar de fjord, staat de bedwinger van de Zuidpool over het water te turen en naar de zwarte bergen aan de overkant, waar zelfs nu nog witte strepen sneeuw op liggen.