Mueslibars
Empires were never built on muesli-bars staat op een billboard dat ik tegenkom op weg naar de bibliotheek. Het is een reclame voor een pakje boter. Achter de grote letters is een bord geroosterd brood te zien en een ei dat net door een zwevende hand is opengeslagen. Het eigeel druipt naar beneden, vloeibaar goud, een associatie die stilletjes wordt aangewakkerd door de ring aan de zwevende hand.
Ik heb al een paar weken geen internet dus ben ik aangewezen op bibliotheken en internetcafés. ’s Avonds zit ik tussen blauwe feestverlichting, plakkerige muizen en opengescheurde stoelbekleding. Om me heen praten mensen in allerlei talen door hun headsets. Een man dramt om nog vijf extra minuten bij de eigenaar. Als ik over mijn computer, over de andere computers naar buiten kijk, wordt het gezicht van een langslopende vrouw belicht door haar telefoon.
Op het plein van de British Library, een verzameling aanmerende terrassen, zit een enorme bronzen man voorovergebogen op een sokkel. Hij heeft een passer in zijn hand, zijn blik is er magnetisch mee verbonden. De man is Isaac Newton. Ik herken het standbeeld van een print van William Blake, waarop Newton in dubbelgeklapte houding op een rots zit, verdiept in de geometrische vorm die hij getekent heeft. Achter zijn rug verwijst de veelkleurig begroeide rots naar de schoonheid van de natuur, waarvoor Newton –bedwemd door verklaringen en formules- zich afsluit.
Als ik in de leeszaal tussen de rijen geschakelde bureaus loop, denk ik nog over het beeld na. Blake had het nooit in deze omgeving gezet. Newton schrijft op een doek, dat rechtstreeks vanuit zijn hoofd op de grond valt. Ik mag alleen papier, een potlood en een laptop in een doorzichtige plastic tas op mijn lichaam dragen. Om me heen is het doodstil, mijn schoenen ploffen op het tapijt, manifestatie van mijn persoon als individu in deze stad. Elke zitplaats heeft een nummer en een eigen stopcontact. Mensen zijn verdiept in boeken of in hun handen op het toetsenbord. Iedereen is bezig met het in kaart brengen van een stukje wereld of met het ontdekken van nieuwe verbanden erin, de passer en het doek vervangen voor een laptop.
En waar keert Newton op het plein van de bibliotheek zijn rug naar toe? Naar Euston Road, een groot verkeersplein waar ongeduldige auto’s over stukjes stoepranden schuiven om bij het volgende stoplicht weer te stollen. Ik kom er graag, omdat ik het gevoel heb deel te nemen aan een groot krachtenspel, waarin twee pijlen mijn voeten op de grond houden. Bussen dragen al het gewicht op hun linkerwielen, gebouwen hellen over als ik naar ze op kijk, het wegdek is dak en drager tegelijk. Het verkeersplein is het lange-afstands gevolg van Newtons gedachtegoed, en Blakes protesterende onderbuik.
Als ik een pauze neem in de zon op een van de terrastrappen, zoomt de man naast mij op z’n I-pad met duim en wijsvinger in op z’n krant. Achter het hek rommelt geruststellend Euston Road. Een groot gebouw staat in steigers en blauwe netten verpakt. Op het billboard tegen de netten staat het bouwbedrijf vermeld: Romulus Construction Works.
*
Bernke Klein Zandvoort (1987) volgde de afdeling ‘Beeld & taal’ van de Gerrit Rietveld Academie. Zij debuteerde met gedichten in De Revisor. Voor de Revisor online schrijft zij vanuit Londen.
hallo bernke. hier alles goed.ik heb tot nu toe alles goed kunnen lezen,en ik vind het heel bijzonder en leuk/ dat ik dit kan volgen vind ik fantastie s, de hartelijke groeten van opa;; en ga zo door. daaaag tot weder horen opa.