, 19 Februari 2013

Berlijn I

Erik Lindner verbleef in 2012 in Berlijn als stipendiaat van het Berliner Künstlerprogramm van de Deutsch Akademischer Austauschdienst (D.A.A.D.) Hij hield er voordrachten, werkte aan zijn eerste roman en leerde de stad van binnen uit kennen. In deze rubriek noteert hij zijn indrukken van de nieuwe Duitse hoofdstad.

Berlijnse vrouwen zouden de charme hebben van toiletjuffen.

Dat schrijft Peter Handke in Gestern unterwegs. Opvallend genoeg is de vrouw die in de trein van Hamburg naar Berlijn het citaat instemmend oprakelt zelf een uiterst elegante geboren Berlijnse. Ze illustreert met de toiletjuffrouw (‘Twintig cent betalen! Rechtsaf voor mannen!’) de hoffelijkheid van de gemiddelde vrouwelijke bediende in de hoofdstad.

Je hebt het Berlijn van de toeristen en het goedkope eten en je hebt het Berlijn van de kanselarij, de paperassen, de beambten.

Mijn eerste toiletjuf heette Knaak. Geen voornaam en zeker ook geen Frau Knaak. Nee: Knaak. Aldus nam ze de telefoon op en signeerde ze haar brieven. Knaak stond tussen mij en de begeerde Kitagutschein. Kita is kinderdagverblijf en Gutschein waardebon. Zonder dat document geen plek op de crèche.

Volgens de Nederlandse architect Lucas Verweij (‘Persoonlijk vind ik overigens het hele gedoe rondom die curryworst flauwekul: het zijn gewoon frikandellen.’) zou het verschil zijn dat in Berlijn de kassières niet flirten, dat mis je als Nederlander. Verweij houdt een blog bij, over onder meer hoofdstadvorming. Ik geloof niet dat hij Handkes derde verzameling notities heeft gelezen, althans niet de passage over toiletjuffen, en denk dat het net even anders zit.

Knaak vroeg of Amsterdam in Zwitserland ligt. Dat lijkt misschien geen toonbeeld van topografische kennis, maar als je bedenkt dat het (‘komische’) Nederlandse accent de Duitser aan een Zwitsers dialect doet denken, is het niet zo vreemd.

Gestern unterwegs zijn aantekeningen die Handke maakte van november 1987 tot juli 1990. De royalties van Die Himmel über Berlin (de film van Wim Wenders waarvoor hij de tekst schreef) stelden hem in staat een paar jaar onbekommerd rond te reizen en te noteren wat hij zag. En hoorde. Het is niet vertaald, in tegenstelling tot de eerdere verzamelingen notities De last van de wereld en De geschiedenis van het potlood, die als Privé-domein verschenen.

In iedere bakker merk je het op. Er werken twee bediendes, de ene snauwt en de ander is aardig. Vraag eenvoudigweg wie er in Berlijn geboren is. Overigens is machismo sinds de nazi’s verboden, zo zegt mijn vriend uit Kiel.

Knaak, zo heet de dansleraar van Thomas Manns Tonio Kröger, de kwast die hem met een geelzijden zakdoekje uit de ‘Moulinet des dames’ verwijdert.

Je moet je ook niet meer conversatie indenken: ‘Twintig cent betalen! Rechtsaf slaan! Broek losknopen! Plasser afvegen! Handen wassen!’ Toiletjuffen horen kort van stof te zijn.

Er is het Berlijn waar alles mogelijk lijkt, waar iedereen heen trekt, waar ruimte is, waar kansen zijn. En er is het Berlijn waar zwangere vrouwen op tochtige gangen zitten te wachten. Hoe dieper je erin geraakt, hoe meer toiletjuffrouwen.

Overigens kun je je afvragen wat te prefereren valt, een toiletdame of een gepolijste tandartsassistentenglimlach. Knaak stond uiteindelijk het gewenste document af.

Mijn laatste toiletjuf was mijn heldin. Ze heette Sander. Ze had haar eigen bureau. Buiten aan het raamkozijn zat een wespennest. Beneden in het gebouw lagen bloemblaadjes. Boven zaten mensen te wachten op een bankje.
Sander kreeg de moeilijke gevallen. Buitenlandse ouders, documenten die beëdigd vertaald moeten worden en ingeschreven. Collega’s stonden aan haar bureau om hulp. Telefoontjes werden naar haar doorgeschakeld. ‘Wie sind die Wespe,’ vroeg ik iedere morgen als ik binnenkwam. Het nest werd maar niet verwijderd.

Ergens vind ik ze wel tof, toiletjuffen. Ze bedonderen je niet. Overigens weten ze in Berlijn niet wat het woord Kenau betekent.

De geboorte van een kind inschrijven in Amsterdam duurt vijf minuten. In Berlijn negen dagen. Je moet gewoon nooit opgeven.
Toen ik de laatste keer binnenkwam in het Standesamt Alt-Lietzow en naar de wespen vroeg, riep Sander van het geboorteregister net toen ze doorverbonden werd met haar chef om de laatste beëdigd vertaalde akte te ratificeren: tooooooooot!

En daarmee begon zo ongeveer het leven.

___________________________________

(foto: Bosz de Kler) 

Erik Lindner verbleef in 2012 in Berlijn als stipendiaat van het Berliner Künstlerprogramm van de Deutsch Akademischer Austauschdienst (D.A.A.D.) Hij hield er voordrachten, werkte aan zijn eerste roman en leerde de stad van binnen uit kennen. In deze rubriek noteert hij zijn indrukken van de nieuwe Duitse hoofdstad. Dit was de laatste column over Berlijn.

Alle columns in deze reeks: Berlijn IBerlijn IIBerlijn IIIBerlijn IV, Berlijn VBerlijn VIBerlijn VIIBerlijn VIIIBerlijn IXBerlijn X, Berlijn XIBerlijn XII.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog